Gevelsteen DE POOL
Kerkstraat 322, Amsterdam
In 1675 trouwde de vermogende Ambrosius (de) Pool (1650- 1705(?)), zoon van de Amsterdamse koopman Isaac Pool, met Barbara van den Heuvel. Zij was de dochter van de Amsterdamse korenkoper Jan van den Heuvel. Van den Heuvel was in 1671 begonnen aan de Prinsengracht met de bouw van het pand voor zijn brouwerij ‘vanden Arent’. Deze brouwerij werd na Jan’s overlijden in 1681 door Barbara’s stiefmoeder Johanna Hasselaer voortgezet, maar ook Ambrosius en Barbara deelden mee in zowel de winsten als verliezen, hetgeen tot aardig wat spanningen leidde.
In 1684 kochten Ambrosius en zijn vrouw in het geheim voor 44.000 gulden de brouwerij en gingen er nog hetzelfde jaar wonen. Om dit alles te kunnen afbetalen, hebben zij vermoedelijk wel in hun bezit zijnde huizen aan het Rapenburg en aan het Singel moeten verkopen.
Het gebouw van de brouwerij is nog steeds, opgedeeld in drie panden, te vinden op de Prinsengracht nrs. 1021- 1025. Aan de oostkant van de de brouwerij bevonden zich stallen en aan de westkant de branderij. De mouterij lag op het achterterrein, en kwam uit in de Kerkstraat. Hier was ook een bij de brouwerij horende pakhuis te vinden. Ambrosius liet de gevelsteen DE POOL in 1688 hoog in de gevel van het pakhuis aanbrengen.
De gevelsteen vlak na restauratie.
De familienaam ‘(de) Pool’ van Ambrosius, komt dus tot uiting in zowel het onderschrift als de afbeelding op deze gevelsteen. Hij had ook in 1670 een gelijksoortige gevelsteen laten plaatsen in de gevel van het in zijn bezit zijnde wijnpakhuis ‘De Pool’ aan de Buitenkant, het huidige Prins Hendrikkade no. 188. Deze gevelsteen is nu te zien in de Poolstraat 2.
De afbeelding op de steen in de Kerkstraat toont een staande man die een Pool zou moeten voorstellen. Naar welk voorbeelsd de steen gehakt is, is niet bekend. De man op de steen is gekleed in een traditionele, lange Poolse en Hongaarse edelmanjas of -tuniek, een zogeheten ‘joupane’ (of zupan/ zupane). Deze, vaak rood- gekleurde, driekwart lengte tot knielange jas werd gedragen als onderdeel van de lichte cavalerie- uitrusting. De joupane, gekenmerkt door een knoopsluiting van de nek tot de taille, fungeerde als een onderkleed (soms gewatteerd als pantser) onder een meer decoratieve overjas (‘kontusz’).
Verder draagt hij een brede zijden sjerp (‘pas kontuszowy’) om zijn middel en een lange cape tot op de grond. De Poolse adel droeg vaak tulbandachtige hoofddeksels of mutsen die geïnspireerd waren op Turkse en oriëntaalse stijlen, soms versierd met juwelen en veren, als onderdeel van hun exotische, mede door intense contacten met het Ottomaanse Rijk ontstane, zogeheten ‘Sarmatische’ kledingstijl. Met zijn rechterhand leunt hij op een strijdbijl, voor zover we hebben kunnen determineren, een ‘Nadziak’. Dit is één van de drie types hamervormige strijdbijlen, die in de 16e en 17e eeuw in de Poolse contreien gebruikt werden. In allerlei teksten over deze gevelsteen wordt aangegeven dat de strijdbijl een ‘buzdygan’, maar dit is niet juist. Een buzdygan is van origine strijdknots, die gebruikt werd als een teken van een militaire officiersrang.
De gevelsteen (formaat: 120x 65cm) zat dik onder de verf toen in 1993 het pand Kerkstraat nr. 322 gerestaureerd werd. In overleg met de VVAG werd het reliëf van de dikke verflagen ontdaan en kon de Pool, aan de hand van aangetroffen kleurresten, weer aangekleed worden.
___________________________
Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist



