Gedenksteen van Herberg Zeeburg
Waterlooplein 211- 213 (zijgevel Mr. Visserplein), Amsterdam
In de zijgevel van de Academie van Bouwkunst, in 1614 gebouwd als Oudezijds Huiszittenhuis, is in 1957 een gedenksteen (formaat: 130x 130cm) geplaatst. Deze fraai bewerkte gedenksteen is afkomstig van de stal van de voormalige, uit 1675 daterende, herberg De Zeeburg, gelegen langs de Zeeburgerdijk nr 321.
De oorspronkelijke stal werd in 1769 vervangen door een nieuwe stal, die op zijn beurt vóór 1936 werd gesloopt. De gedenksteen kwam daarna terecht in de gevel van een huis dat toebehoorde aan Rijkswaterstaat, Zeeburgerdijk 192. In 1956 werd ook dit huis gesloopt vanwege de aanleg van de Amsterdamsebrug over het Amsterdam- Rijnkanaal in 1957. Daarop verplaatste het Bureau Monumentenzorg de steen naar zijn huidige plek in de zijmuur van het pand van de Academie van de Bouwkunst.
De stal lag aan het einde van de Zeeburgerdijk, waar nu de oprit van de Schellingwouderbrug is. De steigers, herberg en stallen waren het eigendom van het Oudezijds Huiszittenhuis. Het Huiszittenhuis was een stedelijke instelling voor armenzorg, niet voor zwervers maar voor ‘huiszittende armen’. Huiszitters of huiszittende armen waren arme mensen die niet dakloos waren en ook niet in een instelling verbleven, maar in hun eigen huis woonden. Vanuit hun kantoor in het Huiszittenhuis verzorgde men het uitdelen van voedsel en brandstof aan de huiszitters in de stad.
De Huiszittenmeesters hadden het recht op het op- en afschepen van vee dat vanuit Friesland, Gelderland en Overijssel naar Amsterdam kwam. De inkomsten werden onder meer besteed aan voedsel (graan) en turf aan de armen. Het op- en afschepen van het vee gebeurde hier bij de Herberg aan de zogenaamde ‘Mosselsteiger’. In de stal(len) werd het aangevoerde vee tijdelijk ondergebracht en soms vetgemest.
Zeeburgerdijk 192, detail van woonhuis met gevelsteen. Ongedatterde foto van onbekende maker.
© Stadsarchief Amsterdam
Het opschrift van de steen luidt:
GEBOUWT, TEN BEHOEVE VAN DE OUDE ZIJDS /
HUISZITTEN AALMOESSENIERS-ARMEN / IN DE JAARE 1769 /
DOE REGENTEN WAAREN DE TER ZYDEN GEMELDE /
EN IS, OP DINSDAG DEN 20 JUNY DES ZELFEN JAARS, /
DEN EERSTEN STEEN GELEGT /
DOOR CATHARINA JUDITH IN DE BETOUW /
OUDT 3 JAAREN DOGTER VAN DEN REGENT /
HERMANNUS IN DEN BETOUW
Boven de tekst het Amsterdamse wapen, gekroond en van twee schildhoudende leeuwen voorzien. Links en rechts de familiewapens en namen van de toenmalige regenten en het jaar dat ze in functie waren: Wynand Wiltens 1739, Jan Jacob van Beaumont 1746, Willem van der Meulen 1758, Abraham Grommee 1759, Evert de Marre 1766 en Hermannus in de Betouw 1766.
Zeeburg en omgeving. Gezien naar Zeeburgerdijk, met rechts de herberg Zeeburgh. Tekening uit 1770 van Jan de Beijer (1703- 1780). © Koninklijk Oudheidkundig Genootschap
De steenlegster op 20 juni 1769 is dus de toen driejarige Catharina Judith in de Betouw. Zij was de dochter van de uit Venlo afkomstige wijnhandelaar Hermannus in de Betouw. Hermannus was ook een van de zes regenten van het Oudezijds Huiszittenhuis. De familienaam ‘In de Betouw’ is waarschijnlijk afgeleid van een witte wijnsoort uit de Franse Poitou. De voorzaten van de familie zouden vervoerders (Maasschippers) en verhandelaars van deze wijn zijn. In 1615 schreef G.A. Bredero in zijn toneelwerk ‘Moortje’: ‘In dan droncke wij de Betouw, en de wijn so lustich als water’.
___________________________
Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist




