Gevelsteen met een eenhoorn
Warmoesstraat 16A t/m R, Amsterdam
Een gevelsteen met een naar links springende en omkijkende eenhoorn. Aan de bovenhoeken van de steen zitten vlakke, spiraalvormige versieringen. In de bewaarde huispapieren komt al in 1542 de naam ‘De Eenhoorn’ voor en vanaf die tijd zal het huis met die naam aangeduid blijven, soms met de toevoeging ‘Witte’. In een verkoopakte uit 1678 wordt met nadruk vermeld dat de verkoper van het huis ‘daar De Eenhoorn in de gevel staat en het Moortje op de luifel’ de toonbank uit de winkel en de Moor van de luifel mocht meenemen. De gevelsteen bleef uiteraard in de gevel. Welke relatie deze prachtige en levendig gehakte eenhoorn tot de bouwer of bewoner van het huis had, is niet bekend.
De replica- steen op Bloemgracht 36.
Over het fabeldier de eenhoorn doen diverse verhalen de ronde, bijvoorbeeld dat de hoorn alles rein maakte wat er door aangeraakt werd en dat het dier zich alleen door een maagd zou laten vangen. In de christelijke symboliek is de maagd Maria vaak vergezeld van een eenhoorn.
Wegens de reinigende en geneeskrachtige werking van de hoorn zag men ‘eenhoorns’ ook als uithangteken van apothekers. Bij gebrek aan beter werd daar de sterk uitgegroeide tand van de narwal (een walvissoort) voor gebruikt.
Op Bloemgracht no. 36 zit in een pand dat gebruikt werd in de film ‘De Ontdekking van de Hemel’ naar een boek van Harry Mulisch, een replica van deze steen aan de Warmoesstraat.
___________________________
Tekst: Onno Boers



