Gevelsteen met een lelie

Utrechtsestraat 141, Amsterdam

In het midden van het fries van een trapgevel een gevelsteen (formaat: 30x 25cm) met een bloeiende lelie. De toppilaster van het pand wordt bekroond door een zittende leeuw met een wapenschild waarop 1667.

De bouwheer van het pand was Robbert Burlion, geboren in 1598 in Le Quesnov (Frankrijk) vlakbij de Belgische grens. Hij laat het huis in 1667 bouwen waarna hij het in 1681 kwijtraakt bij een executie van zijn boedel. Hij overlijdt op 85 -jarige leeftijd in 1683 in Naarden, waar hij op eerste kerstdag begraven wordt.

Het eerste gedeelte van zijn naam, ‘bur’ heeft met de lelie te maken. Het Franse woord ‘bur’ betekent ‘klis’. In het ‘Groot en Algemeen kruidkundig hoveniers en bloemisten woordenboek’ uit 1745 wordt de ‘smalbladige klisterlelie’ genoemd; deze lelie wordt tegenwoordig ‘berglelie’ (Lilium floribus refexis mantana) genoemd. Er is een duidelijke overeenkomst met de bloem in de gevelsteen.

De steen vóór restauratie.

De steen vlak na polychromering.

Berglelie (Lilium floribus refexis mantana).

Als in 1699 Jasper Ammerman, wijnmaker, het pand koopt wordt het omschreven als het pand “waar de Lely in de gevel staat en tegenwoordig ‘de Hoop’ uithangt”. Achtereenvolgens is het pand in de 18e eeuw eigendom van onder andere een spekslager, een meesterschilder en een meesterspekslager, maar de Lelie blijft.

In augustus 2016 kwam bij een restauratie van het pand de onderhelft van de gevelsteen achter de puibalk tevoorschijn. Zoals gewoonlijk vond de restaurateur Wil Abels weer dikke lagen verf over het steen want bij elke schilderbeurt van het pand de gevelsteen ook een nieuwe verflaag. Helaas werden er onder de dikke lagen verf geen oude verfsporen gevonden. Aangenomen wordt dat de steen, in het verleden, zoals bij zo veel stenen gebeurde, geloogd is geweest. Dit omdat gelijk over de steen een grijze verflaag is aangebracht, die vaker tegengekomen wordt bij geloogde stenen. Ook aan sommige details is goed te zien dat het beeldhouwwerk vroeger gepolychromeerd was.

Voor de bepaling van de kleuren van de gevelsteen waren we er snel uit, dankzij het historisch onderzoek en de ontdekking dat de bloem een berglelie was. Jos Otten van de VVAG zei over de bloem ‘Die bloem is inderdaad zoals die lelie er in de natuur uitziet. Dat was gebruikelijk.’ De bloem werd dan ook wit met een groene steel zoals de werkelijke berglelie. De achtergrond van de gevelsteen werd Bentheimer, een warme zandkleur, zoals gewoonlijk. Maar eerst werd de steen in de olie gezet en daarna werden de fond kleuren opgezet. Tot slot werd er nog eens kritisch naar de kleuren gekeken waarna de steen afgeschilderd kon worden.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Stadsherstel