Gevelsteen met het paradijs

Singel 367, Amsterdam

In 1616 werd de fruitmarkt verplaatst van de Nieuwezijds Voorburgwal naar de oostzijde van het Singel. Vanouds werd deze markt ‘appel- of appelenmarkt’ genoemd, naar het fruit dat er, naast peren, pruimen, kersen, bessen, noten enz. het meest aangeboden werd.

Het was er een drukte van belang, we lezen bij Wagenaar: ‘De Fruitmarkt is dikwijls zo zeer bezet met manden en tonnen dat er de rijtuigen bezwaarlijk voorbij kunnen. ‘T Gerecht heeft hierom op den 28ste januari des jaars 1755 gekeurd dat er voor negen uur des morgens niet over de fruitmarkt gereden mag worden’. Langs de kade konden zesendertig schuiten afmeren. Op de wal stonden veel houten huisjes en kramen. Er was door de bewoners veel verzet tegen de drukte maar toch werd de markt hier tot 1895 gehouden.

Het Singel tussen de Heisteeg en Raamsteeg (Appelmarkt). Ongedateerde foto van onbekende maker. De paarse stip geeft het pand met de gevelsteen aan.
© Stadsarchief Amsterdam

Gezien de vrucht (nergens wordt in het Bijbelverhaal van een appel gesproken) die Eva aan Adam aanbiedt, is het niet verwonderlijk dat een fruitkoopman (appelen ?) deze scène uit het verhaal Genesis als huismerk koos. De steen (formaat: 50x 50cm) wordt voor het eerst genoemd in 1719. In dat jaar verkopen de erven van Gijsbert Jansz Ottenspoor een huis en erf genaamd: ‘De Adam en Eva’; Deventerkoek’ aan de Appelmarkt. De afbeelding van de Adam en Eva in het Paradijs is overigens ook het blazoen van het Appel- kopersgilde en Fruitverkopersgilde.

Gravure van Pieter van der Borgt in een prentbijbel uit 1613.
Afbeelding uit archief Onno Boers.

De voorstelling op de steen, met de unieke menselijke slang met twee armen die Eva de appel aanreikt, is ontleend aan een gravure van Pieter van der Borgt in een prentbijbel uit 1613 (uitgegeven door Michiel Colijn in Amsterdam). De palmboom en de leeuw zijn eigen toevoegingen van de steenhouwer. Op de andere Amsterdamse gevelsteen met de paradijsvoorstelling zijn Adam en Eva meer traditioneel ter weerszijden van de boom weergegeven. In juli 1990 is het reliëf door Jos Otten van dikke lagen verf ontdaan en in ‘natuurlijke’ kleuren geschilderd.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist