Gevelsteen REYER ANSLO

Reyer Anslostraat 3a- 5d, Amsterdam

GEVELSTEEN
REYER ANSLO

Reyer Anslostraat 3a- 5d, Amsterdam, Amsterdam

In 1983 realiseerde de ‘stichting Jan Pieterszoon Huis’, hier in Amsterdam- West, de bouw van een huis voor vijftien muziekstudenten. In de gevel werd een gevelsteen onthuld met de beeltenis van de – nu vrijwel vergeten – Amsterdamse dichter Reijer Anslo (1626- 1669).

Portret van Anslo, ets van Jacob Folkema met een tekst door Joan de Haes

Reyer (of Reinier) Anslo of Ansloo schreef in 1649 een toneelstuk, de Parysche Bruiloft, over de Bartholomeusnacht, de massamoord in Frankrijk in 1572 op protestanten door Franse rooms-katholieken. Hierin presenteerde hij Louise de Coligny. Haar vader Gaspard de Coligny en haar eerste echtgenoot Charles de Téligny werden in die ene nacht, met duizenden anderen, vermoord. De Franse koning Karel IX deed niets en Louise vluchtte, eerst naar Zwitserland en later naar Nederland, waar zij met Willem van Oranje trouwde. Anslo presenteerde in zijn toneelstuk Karel IX, die in een droom voorspelde dat de weduwe van Téligny met Willem zou trouwen en Frederik Hendrik als zoon zou krijgen.

In hetzelfde jaar 1649 reisde Reyer naar Rome. Hij bekeerde er zich tot het rooms-katholicisme en ontving de lagere wijdingen. Zijn gedichten, die hoofdzakelijk van voor 1649 dateerden, werden beïnvloed door Vondel en Hooft. Ze werden pas in 1713 voor het eerst uitgegeven, door Joan De Haes. Alhoewel Anslo in de eerste plaats dichter was, heeft hij vooral door dit toneelstuk, waarmee hij bijdroeg aan de in Nederland gewenste legende-vorming over de geschiedenis, zich naam verworven.

Op het van gemodelleerde van kunst- steen vervaardigde reliëf van beeldhouwer Arie Teewisse (1919-1993), met beschildering van de steen verzorgd door Joop Willems, is Anslo voorgesteld als reiziger naar Italië, met reismantel, hoed en stok en in zijn rechterhand een pen. Hij overleed in Perugia in Italië aan de pest. De ratten in de onderhoeken van het reliëf symboliseren de verspreiding van de pest.

Tekst: Onno Boers