Gevelsteen met Prins Maurits
Recht Boomssloot 61, Amsterdam

Een gevelsteen (formaat: 55x 60cm) met een borstbeeld in hoogreliëf van Prins Maurits (1567- 1625). Maurits, zoon van Willem van Oranje, was een belangrijke Nederlandse legeraanvoerder en stadhouder die in de vroege zeventiende eeuw de Republiek leidde tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Doordat de steen aan de onderkant is ingekort is een eventueel onderschrift vervallen. De Prins draagt een wambuis en een 'pelisse', een kort, met bont gevoerd of afgezet jasje, dat traditioneel losjes over de linkerschouder gedragen werd. Om zijn hals draagt hij een brede geplooide (molensteen)kraag en om zijn hals zit ook een lint met daaraan de medaille van de Orde van de Kousenband. Deze 'The Most Noble Order of the Garter' is de hoogste ridderorde van het Verenigd Koninkrijk en een van de oudste Europese niet- religieuze ridderorden. Het eerste doel van de Orde was de machtige adel aan de Engelse vorst te binden. In 1613 werd Maurits opgenomen als ridder in de Orde van de Kousenband. De Engelse koning paaide Maurits hiermee om hem warm te krijgen voor een alliantie tegen Spanje.
Het pand met halsgevel heeft lisenen en een vruchtenfestoen (versiering). De afdekking is mogelijk 18e- eeuws. De gevel is gedateerd ANNO 1645. In 1644 werd dit toen nog onbebouwde perceel aangekocht door Neeltje Hillebrants, weduwe van de vermaarde kapitein Jeroen Ewoutsz de Moy, en haar zoon, bij huwelijk in 1630 blokmaker en kapitein, Ewout Jeroensz de Moy. Het huis werd het jaar daarop gebouwd door Ewout, die zou uitgroeien tot kapitein ter zee en onder andere bevelhebber was tijdens de Nederlands- Engelse oorlogen (tussen 1652 en 1674).
Zijn vader, Jeroen Ewoutsz de Moy, een Rotterdamse matroos, heeft een ereplaatsje gekregen in onze vaderlandse geschiedenis, omdat hij samen met drie andere matrozen een aanslag op stadhouder prins Maurits heeft weten te verijdelen. Die aanslag zou op 6 februari 1623 bij Rijswijk gepleegd worden door twee zonen van de onthoofde raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, die wraak wilden op Maurits, en de predikanten Hendrik Slatius en Jan Blansaart. De aanleiding van deze 'gerechtelijke moord' op van Oldenbarneveldt, was de politieke en religieuze machtsstrijd die tussen de raadspensionaris en de prins was uitgebroken. Het boterde al geruime tijd niet tussen beide mannen. Dankzij het wakkere optreden van de vier matrozen werd het snode plan ontdekt. Helaas vertelt de geschiedenis ons niet hoe de matrozen achter het complot zijn gekomen. Maurits was de matrozen uiteraard zeer erkentelijk voor hun actie en beloonde hen met een gouden herinneringsmedaille en de toezegging dat zij benoemd zouden worden 'tot 't eerste scheepsampten die open zouden koomen en daer zij bequaem toe moghten sijn'. De Moy werd vervolgens aangesteld als kapitein op een Amsterdams oologsjacht. Na zijn benoeming verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij een huis aan de Recht Boomssloot betrok. Waar precies is niet duidelijk. Hij stierf in 1638.
De steen vóór restauratie.
Ook na de dood van vader Jeroen Ewoutsz de Moy bleven de De Moyen sterk prinsgezind. De broer van Jeroen, Dammen, en Jeroen's beide zonen, Ewout en Hillebrand, stelden zich eveneens ter beschikking van de verdediging van de Zeven Provinciën. Ook zij werden kapitein op de oorlogsvloot en dienden onder de admiralen De Ruijter, Tromp en Evertsen. In 1663 stierf Ewout, de bouwheer van Recht Boomssloot 61, tijdens een reis van Smyrna naar Genua, waar hij de leiding moest nemen over een konvooi van koopvaardijschepen. Na de dood van Ewout kwam het huis in handen van Ewouts zuster Hillegonde. In 1712 werd het huis, dat toen voor het eerst onder de naam 'De Prins' genoemd werd, verkocht.
In juli/ augustus 2026 stond het pand in de steigers en de VVAG heeft toen meteen de eigenaren van het pand benaderd om de steen te mogen restaureren. De eigenaren gingen akkoord en Wil Abels heeft in augustus de steen en ook de festoen en de jaartalstenen in de gevel gerestaureerd en gepolychromeerd. Volgens Wil waren de stenen niet beschadigd en was er weinig restauratiewerk te doen. Ook de verf zat nog goed vast op de gevelsteen.
Het wambuis dat de prins hier draagt, werd uitgevoerd in de kleur Nassau- blauw. Overigens blijkt uit diverse literatuur dat Maurits bijna altijd in het bruin gekleed was. Vandaar dat de 'pelisse' bruin gemaakt is. De opengeklapte voering en kraag van die pelisse kregen een blauwig- grijze kleur. Dit is de kleur van eekhorentjes- bont, voornamelijk afkomstig uit Novgorod en het meest gebruikte bont in die tijd. Zijn kraag is uiteraard wit en de mouw is uitgevoerd in wit met blauwe ruiten. Deze ruiten waren in de steen ingehakt. De knopen op het wambuis en de ketting met het medaille zijn met bladgoud verguld. Achteraf gezien blijkt het lint, waar de medaille aan hangt, volgens de orde- traditie, altijd blauw te zijn. Dit is dus een aandachtspunt voor een toekomstige restauratie, waarbij het wambuis donkerbruin, de favouriete kleur van Maurits, gekleurd moet worden om het blauwe lint beter te laten uitkomen.
___________________________
Tekst: Onno Boers, Jos Otten en Pancras van der Vlist
Huisonderzoek: Hans Brandenburg
Met dank aan bewoners van Rechtboomssloot 61.



