Gevelsteen het groene wout
Prinsengracht 312, Amsterdam
In 1717, op 24 april worden Warner Delsing en zijn vrouw Wilmina Corver voor een bedrag van fl. 4650.- eigenaren van ‘een huis en erf op de Prinsengracht westzijde, tussen Looiersstraat en Looiersgracht, met een pakhuis, t’welk eertijds geweest is een woonhuis en erve, staande en liggende in de Looiersstraat, achter het eerstgenoemde huis’.
Het bedoelde huis en erf op de Prinsengracht is het huidige nummer 316, dat, hoewel het ’t derde pand vanaf de hoek met de (Oude) Looiersstraat is, door de zeer scherpe hoek waarop deze straat op de Prinsengracht uitkomt, aan de achterzijde direct grenst aan het genoemde pakhuis in de Looiersstraat.
De gevelsteen op de werf van Monumentenzorg.
In 1719 krijgt Warner Delsing de kans het naastgelegen huis en erf op de Prinsengracht, het huidige nummer 318 aan te kopen voor fl. 3900.-. Op 4 mei 1723 verkoopt Delsing, zijn vrouw Wilmina Corver is inmiddels overleden, het complex (huis en erf op de Prinsengracht, samengevoegd met het pand om de hoek in de Looiersstraat, + het buurpand op de Prinsengracht) aan Frederik Berenwout (3/4 part) en Albertus Roos (1/4 part).
In de marge van de verkoopakte is in 1734 een verbetering bijgeschreven waarin staat dat het, in 1719 verworven huis en erf inmiddels geschikt is gemaakt tot gebruik als suikerraffinaderij. Gezien de prijs van fl. 16.000.- die de kopers betalen is dus kennelijk tussen 1723 en 1734 het ‘buurpand’, het huidige Prinsengracht 318 verbouwd tot suikerraffinaderij. Deze verbouwing werd mogelijk doordat in 1727 nog een huis en erf in de achterliggende Looiersstraat aangekocht was. We kunnen vrijwel met zekerheid aannemen dat de gevelsteen, die aan het kostuum van de staande mansfiguur in het eerste kwart van de 18de eeuw te dateren valt, bij de verbouwing tot suikerraffinaderij in de gevel van het pand werd aangebracht.
Een groot gedeelte van de bebouwing van de (Oude)Looiersstraat, vanaf de Prinsengracht tot het huisje op de hoek van de Twee Gebroedersgang hoorde na deze aankoop bij de panden Prinsengracht 316- 318. Door nieuwbouw in dit gedeelte van de Oude Looiersstraat is weinig meer van de oude situatie terug te vinden. Een herinnering aan de Twee Gebroedersgang is de gevelsteen Twee Gebroeders uit 1716, teruggeplaatst, ongeveer op de oude kadastrale plek, nu nr. 3A.
In de diverse latere koop/ verkoopaktes wordt regelmatig gesproken van een suikerraffinaderij maar pas in een akte van 16 juli 1778 wordt gewag gemaakt van ‘een suikerbakkerij genaamd Het Groene Woud, gelegen op de Prinsengracht, tussen Looiersgracht en Looiersstraat’. In het Kohier van 1742 lezen we dat in dat jaar Abr. Jordens op dit adres suikerbakker was. Hij had twee dienstbodes, betaalde fl. 860.- huur en had een inkomen van 2000 guldens.
Tijdens restauratie.
Tijdens restauratie.
Mej. Van Eeghen vermeldt in een artikel in het Maandblad Amstelodamum (49ste jg, pag 213- 214) dat de raffinaderij het Groene Woud van 1762 tot 1779 gehuurd werd door ene Hendrik Reesse. In de eerste druk van De Historische Gids van Amsterdam (1929) vermeldt A.E. d’Ailly op pag. 259 dat de op dit adres gevestigde suikerraffinaderij Het Groene Woud tot 1810 gefunctioneerd heeft. Over de lotgevallen van de raffinaderij in de loop van de 19e eeuw is weinig bekend. Foto’s of tekeningen van de oude, oorspronkelijke bebouwing zijn niet bewaard gebleven.
In de Beeldbank van het Stadsarchief is een verbouwingstekening, gedateerd 18 juli 1889, van Prinsengracht 318 tot het maken van kantoor en magazijn met werk-en bergplaatsen. Bij deze verbouwing kreeg de onderpui van 318 de vorm die tot de afbraak omstreeks 1980 gehandhaafd bleef. De grote gevelsteen werd verwijderd en dook pas weer op in 1993 bij een inventarisatie van de gevelstenen en bouwfragmenten op de werf van Monumentenzorg aan de Wenkenbachweg. Over herkomst was niets bekend bij Monumentenzorg.
Het eindresultaat in de muur. Foto: Frank Lucas
Op de gevelsteen (formaat 67,5x 167cm) is in het midden een staande man voorgesteld met links en rechts van hem een boomgroep. Het reliëf is omgeven door een vlakke rand met frijnslag, waarvan de zijkanten uitlopen op de bredere onderplint waarin, in een forse letter de tekst HET GROENE WOUD. De man is gekleed in kniebroek met kousen en schoenen met daaroverheen een halflange jas met twee grote opgestikte zakken, lange mouwen en een lange knoopsluiting, en hij draagt een hoed.
Hij poseert in een parmantige houding met zijn linkerhand in de zij en met de andere hand houdt hij, door middel van zijn vinger in het gaatje in de bodem, een grote conische suikervorm vast. In zo’n suikervorm of- kegel werd, na een ingewikkeld reinigingsproces, de gezuiverde en ingedikte suikermassa gestort. In de bodem van de kegel zat een klein gaatje waardoor de niet ingedikte siroop kon weglekken. Na voldoende droging werden de kegels gekeerd en de zo ontstane suikerbroden op de droogzolders te drogen gezet.
Tobias Snoep van Snoep & Vermeer heeft op verzoek van de VVAG de uitmuntende restauratie van de steen gedaan. Op 5 juli 2013 werd de teruggeplaatste gevelsteen door Stadsdeelwethouder Boudewijn Oranje onthuld. Niet op het oorspronkelijke huisnummer, maar op Prinsengracht 312. In de gevel van 318 was geen goede plek en de constructie was niet al te sterk voor het gewicht van de enorme steen. Het was de woonstichting Eigen Haard die het een en ander regelde. Bedankt hiervoor!
___________________________
Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg






