PELIKANEN OP GEVELSTENEN

De zogenaamde pelikaan die in feite een gier is

PELIKANEN
OP GEVELSTENEN

De zogenaamde pelikaan
die in feite een gier is

Gevelsteen DE PELLEKAEN, Rapenburgerplein 9.

Hoe komt het dat op zestiende-, zeventiende- en achttiende-eeuwse gevelstenen of oude koorbanken, preekstoelen, orgels, lezenaars, poortjes enz. een vogel met een gierenkop, althans een roofvogel, wordt afgebeeld terwijl deze toch als pelikaan betiteld wordt? Dit omdat ‘gier’ verkeerd vertaald zal zijn in ‘pelikaan’, of omdat een bepaald soort gier ook pelikaan genoemd wordt (zie Wikipedia onder gieren).

Sinds de negentiende eeuw ging men gevelstenen met het verhaal dat een pelikaan zich in zijn (haar?) borst pikt om met het eigen bloed zijn (haar?) jongen te voeden ook afbeelden als wat we heden een pelikaan noemen. Zo’n watervogel met zeer lange snavel met een vangzak er onder (zie bijvoorbeeld de poortjes in de ommuring van de Portugese synagoge in Amsterdam, of het logo in de 20e eeuw van Sanquin de Bloedbank, of een beeldje van Mendes da Costa, of de gevelsteen, zie foto, op het Rapenburgerplein 9).

Het verhaal komt uit de Physiologus, tweede eeuw na Christus. Het is een compilatie van kampvuurverhalen in de woestijn over dieren. Fabeltjes dus. Verhalen die via karavaanroutes uit India en Perzië in Alexandrië terecht kwamen en daar opgetekend. Aldus gebruikt als eerste symbolenboek van de vroege christenen. In de Physiologus werd de aasgier bedoeld, de Neophron percnopterus en niet de pas sinds de negentiende eeuw afgebeelde Pelicanus onocrotalus (zie ook Henkel u. Schöne 1978, Handbuch der Sinnbildkunst).

In het oorspronkelijke verhaal over de ‘pelikaan’ in het Hebreeuws werd gesproken over een gier die zijn (haar?) jongen doodt, daar spijt van krijgt, zich in de borst pikt om ze met zijn (haar?) bloed tot leven te wekken. De christenen maakten daar van: die vogel is Christus die Zijn bloed geeft om de mensen te voeden (geestelijk).

En inderdaad: een gier houdt meer van bloed dan een pelikaan. Gieren komen heel veel voor in India, Perzië en Egypte. Pelikanen alleen in de Nijlmonding. Wist men soms hier en in Polen, Duitsland, Engeland, Italië, Spanje en Portugal niet hoe een pelikaan er uit zag omdat ze een gier uitbeeldden (die ook wel in Spanje voor komt) althans meer een roofvogelachtige? Welnee, de Swifterbanders die al zo’n 6000 jaar geleden het gebied bewoonden wat later het IJselmeer werd, vingen pelikanen en peuzelden ze op. Zo noordelijk kunnen ze voorkomen. In de Donaudelta zijn ze endemisch. In Spanje en Portugal zie je ze ook.

Tja, maar als een pelikaan zijn/haar jongen voedt met voor verteerd voedsel (vis meestal, en zelfs vogels) en dit uitbraakt zou dat rood van het bloed zijn van de prooi. Wel, ga maar eens braaksel van welke vogel dan ook bekijken. Dat is praktisch altijd grauw-wit. Of bij de jongen-gekregen-hebbende pelikaan zou een rode vlek op de borst te zien zijn. Ook hier: nimmer heeft een ornitholoog melding van zo’n waarneming gedaan. Dit doel-interpreteren (teleologisch) treft geen doel!

Volgens het Emblemata Handbuch zur Sinnbildung des sechzehnten und siebzehnten Jahrhundert, J.B. Metzler Verlag, blz 811, Arthur Henkel e.a. is het een Hebreeuws woordspel van gier=erbarmen en dat zou vertaald zijn in pelikaan. Nogmaals: ook een giersoort wordt pelikaan genoemd. Dat een verkeerde vertaling leidt tot vergissingen in beeld blijkt bijvoorbeeld uit de afbeelding van Mozes met horentjes op het grafmonument van paus Julius II door Michelangelo. Cornu=hoorn (cornea is netvlies). Wat is nu corneatus? Bedoeld was: Mozes met verlicht gelaat. Men las: met horens.

Gevelsteen DE WITTE PELLECAEN, Prinseneiland 269- 283.

Een slecht voorbeeld is de zeventiende- eeuwse gevelsteen op het Prinseneiland Amsterdam met een zogenaamde pelikaan. De roofvogelkop was afgebroken. Daarna heeft iemand een lange pen in de kop gestoken en eromheen een lange snavel met primitieve vangzak geboetseerd.

Gelukkig is dat monstrum er afgedonderd. De restauratie door de VVAG van de gierenkop (aan de hand van oude prenten en foto’s toen de juiste snavel er nog aan zat) moet nog plaatsgrijpen.

In plaats van naar de feiten te kijken (waarnemingen) worden allerlei verklaringen gefantaseerd waarom de zogenaamde pelikaan op een gier (roofvogel) lijkt. Überhaupt, als je een vogel ziet dan is de naam minder belangrijk, want dat is een kwestie van (lokale) afspraak. Je kunt je beter afvragen waarom- ie daar vliegt!

Op vier zeventiende- en achttiende- eeuwse Amsterdamse gevelstenen wordt een vogel met de kop van een gier, een pelikaan genoemd: Bloemstraat no. 16, (na herstelling) Prinseneiland no. 269- 283, Rapenburgerplein no. 9, en op de gevelsteenmuur in de Sint Olofsteeg. Op drie andere gevelstenen wordt een vogel die haar jongen voedt met bloed verbeeld: Matrozenhof, Vinkenstraat no. 119 en de pelikaan van Bloemgracht no. 19.

Tekst: Jos Otten