Gevelsteen DE RAKSASA VAN MALANG

Palmgracht 68, Amsterdam

GEVELSTEEN
DE RAKSASA VAN MALANG

Palmgracht 68, Amsterdam

Ten Westen van het Raffineerhuis, later genoemd het Stadssalpeterhuis, werden in 1648-1650 op de Palmgracht, ook wel Nieuwe Braak genoemd, erven uitgegeven. Erf nr. 3, het latere Palmgracht 68, kocht Pieter Reijmersz of Reijniersz, gietermaker, in 1648.

Bij zijn ondertrouw in 1628 bleek hij evenwel witwerker te zijn. Als zijn vrouw in 1654 wordt begraven wordt vermeld dat zij in ‘de Gieter’ woonde. Ten W. van ‘de Gieter’ hingen in het latere Palmgracht 70 ‘de Drie Zeijlnaelden’ uit, terwijl op het latere Palmgracht 64 ‘de Batavier’ in de gevel stond. Palmgracht 66 werd in 1680 eigendom van Jan Pietersz Paerslaken, keurmeester van het salpeter.

Tussen 1654 en 1660 werd Jan van Nieuwenhoven, zijdereder, de nieuwe eigenaar van Palmgracht 68. Vervolgens verkoopt Jan het huis in 1660 aan Cornelis Gerritsz van Beusichem, korendrager. Bij de executie van diens boedel verkopen zijn erven vervolgens het huis in 1680 aan Jan Thijssen van der Horst, pakker (van kisten e.d. voor verzending). Later, blijkt het huis, naast van de erven van Jan voornoemd, ook voor een deel eigendom te zijn van de erven Jan Jansz Mooij, die gehuwd was met Dirkje Donkers.

Jan Jansz Mooij was schuitenvoerder, evenals zijn zoon, die met Aaltje Groenendijk trouwt. Vervolgens wordt het huis in 1748 verkocht aan Fredrik Luijtjes, die het vervolgens in 1764 aan Harmen ter Steeg, van beroep tapper, verkoopt.

Jos Otten met de gevelsteen vóór plaatsing.

De huidige bewoner van het pand, toevallig ook de voorzitter van de Verenging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen, is geboren in Malang. Naar aanleiding van een boek over Malang en gesprekken met de opdrachtgever heeft Hans ’t Mannetje diverse ontwerpen gemaakt en uiteindelijk deze gevelsteen gehakt: het tempelcomplex van Singosarie en een stenen tempelwachter. 

Raksasa in het tempelcomplex te Singosari bij Malang. Foto gemaakt voor 1880 door H. Salzwedel. © Wikipedia.

Een Raksasa is een wachter bij een poortingang van het middeleeuwse paleiscomplex in Singosarie (nu gemeente Malang). Zij moeten de kwade geesten (of mensen) tegenhouden. Vandaar het afwerende gebaar met de ene hand en een knots in de andere. De Raksasa kan zelf ook zowel goede of kwade geest dienen. Deze, hier in het huis aan de Palmgracht, beschermt het huis en houdt de kwade elementen tegen.

Malang is de meest Hollandse stad van Indonesië. Hoog in de bergen, tussen de vulkanen en daardoor lekker koel en geliefd bij de Hollanders, vooral rijke Hollanders, suikerboeren, tabaks-koffie- en theeplanters. Zij lieten daar omstreeks 1923 de mooiste Art-Deco stad van Indonesië bouwen door Delftse ingenieurs. Er is gelukkig een Monumentenzorg in de stad en ook een fraaie sigarenwinkel waar je nog steeds in ’t Nederlands wordt geholpen.

Gevelsteen DE DOOS in de gevel van Palmgracht 68.

Deze gevelsteen is in de plaats gekomen van de steen DE DOOS uit 1660. De Doos was afkomstig van het in 1944/45 afgebroken pand Bloemgracht no. 10 en werd in 1989 op de Palmgracht no. 68 ingemetseld. De VVAG heeft ondertussen de steen op het oude kadastrale adres op de Bloemgracht teruggebracht.

Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg