Gevelsteen DE HOOP

Palmgracht 33, Amsterdam

GEVELSTEEN
DE HOOP

Palmgracht 33, Amsterdam

De vroegste bewoner, voor zover bekend van dit pand was de smalscheepsman Jan Jacobsz. Een smalschipper was de eigenaar van een z.g. smalschip, een binnenvaartschip, speciaal gebouwd op de breedte c.q. smalte van de Donkere Sluis bij Gouda.

Hij woonde er in ieder geval in 1649 want toen dochter Immetje Jans (geboren in 1628) in dat jaar met de houtzaagmolenaar Jan Florissen in ondertrouw ging, gaf ze als adres Palmgracht op. In 1684 verkopen de erven van Jan Jacobsz het pand, dat in de koop/verkoopakte omschreven wordt als ‘huis en erf op de Palmgracht, zuidzijde, waar “de Hoop” in de gevel staat’. Koper, voor een bedrag van fl. 1800,-, waarvan de helft contant, de andere helft mocht hij het jaar daarop betalen, is Adraan Jansz Backer, beroep houtzaagmolenaar.

Als in 1720 de erven van Adriaan Jansz Backer het pand verkopen, de omschrijving is hetzelfde als in de akte van 1684, is de prijs fl. 4010,-. Uit deze fikse prijsstijging mogen we afleiden dat er een verbouwing of totale nieuwbouw heeft plaatsgevonden. De gevelsteen ‘de Hoop’ bleef echter gehandhaafd blijkt uit latere koop/ verkoopaktes. In het Register van de Personele Quotisatie (1742) staat Harmen Jansz van Stigt, de koper van 1720, als eigenaar/bewoner genoteerd. Hij was toen rentenier met een inkomen van fl. 600,-.

De copy- gevelsteen net na plaatsing.

Afbeeldingen van het oude, 17de-eeuwse pand zijn niet bewaard gebleven. Het huidige pand is een reconstructie van het 18de eeuwse pand, een eenvoudige, recht afgedekte lijstgevel boven een pui en twee verdiepingen. Dat pand stortte in november 1996, tijdens een restauratie in. Bruikbare onderdelen en de gevelsteen werden door de aannemer BAM-BOUW op hun werf opgeslagen. De gevelsteen bleek daar later ‘weggeraakt’.

Bij de herbouw in 2001 is op aandringen van de VVAG, door Atelier Snoep en Vermeer, aan de hand van een foto uit het archief van de VVAG een replica gehakt en geplaatst.

De gevelsteen met de staande figuur van de Hoop met een anker en een valk op haar hand, een der goddelijke deugden was niet ongebruikelijk bij schippers. De valk is symbool voor hoop op vrijheid en wordt vaak ook afgebeeld met een kapje op zijn kop. Meestal denkt men aan een afgebeelde duif als symbool voor hoop, maar de vogel moet een kromme snavel hebben bij het restaureren!

Met haar grote anker was de Hoop het symbool van de veilige haven, iets waar elke schipper, dus ook de smalscheepsman Jan Jacobsz, wiens dochter vanuit dit huis in 1649 in ondertrouw ging.

Tekst: Onno Boers