Gevelsteen GOD IS MYN BURGH

Oudezijds Achterburgwal 52- 54, Amsterdam

Op de scheiding tussen twee pakhuizen zit een gevelsteen (formaat: 80x 120cm) met een zeilschip op een woelige zee. Rechts op de kust staat een burcht. Links en rechts van het reliëf zijn stenen met ANNO en 1685. Onder het reliëf staat op een iets bredere losse steen GOD IS MYN BURGH. In de gevel van het pand Oudezijds Voorburgwal 65 is ook een gevelsteen met een gelijksoortig onderschrift te vinden. Er is een connectie tussen de panden aan de Oudezijds Achter- en Voorburgwal. Mogelijk zijn de stenen een verbeelding van de koper van beide panden: Dirk Verburg.

De gevelsteen GODT IS MYN BURGH op de Oudezijds Voorburgwal 65.

Op 3 juni 1683 had Dirk Verburg al het pand  op de Oudezijds Voorburgwal 65 gekocht. Hij laat daar dan de gevelsteen plaatsen. Iets minder dan een maand later, op 1 juli 1683, koopt hij ook het  dubbelpand aan de Oudezijds Achterburgwal. Mogelijk laat hij het in 1685 verbouwen. Op 3 mei 1710 verkopen de Erven van Femmetie Sluijter, die weduwe is geworden van Dirk Verburg, het pand en via omwegen komt het pand in handen van Jan Verburg, die het vanwege ‘insolvente boedel’ (faillissement) in 1725 moet verkopen. Bij die verkoop wordt voor het eerst de gevelsteen aan de Oudezijds Achterburgwal genoemd.

Wanneer men goed naar de figuratieve steen en ondersteen met tekst kijkt, zou men kunnen concluderen dat ze niet tegelijkertijd gemaakt zijn. Mogelijk is de figuratieve afgehakt om de tekststeen passend te maken en heeft de steen met de afbeelding géén of een ander onderschrift gehad. De voorstelling en tekst zijn ontleend aan de Christelijke Bijbel, Psalmen 18:3. In deze psalm belijdt David, God als zijn ultieme bescherming tegen vijanden. God wordt omschreven als een rots, burcht, bevrijder, schild en veilige vesting. In het Hebreeuws (vers 3) staat er letterlijk dat God een onneembare schuilplaats is in tijden van nood.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist