Gevelsteen HUYS MAN

Oudezijds Achterburgwal 187, Amsterdam

Een gevelsteen (formaat: 100x 73cm) met een staande man met hoed en wandelstok. Links is een vrijstaand landhuis met een zogenaamd schilddak te zien en rechts staat een boom. In de afgeronde bovenhoeken staat het jaartal 17 27. De steen is een meter breed, dat is een derde van de gevel van het pand. Het pand werd in 1727 gebouwd en zou eigendom zijn geweest van de weduwe Huijsman. Huisonderzoeker Hans Brandenburg had dit gevonden, maar dit gegeven is nergens terug te vinden. We houden hier dus even een slag om de arm. Wel staat vast dat in 1730 het pand in bezit was van de weduwe Wolt.

Oudezijds Achterburgwal 183- 191, met tussen de nummers 185 en 187 de ingang van de Spinhuissteeg met het Spinhuis. Tekening uit 1796 van H.P. Schouten (1747- 1822). © Stadsarchief Amsterdam

De steen met het huis en de man zou dus de verbeelding van de naam van de weduwe Huijsman zijn. Een ‘huysman’ is ook een landman, een eigenaar van een landhuis of huis op het land, maar de benaming werd in het oud- Nederlands, ook wel voor een boer gebruikt. De chique geklede huysman is dan ook voorgesteld naast een buitenhuis in een landelijke omgeving.

Alle verdiepingen van het pand waren oorspronkelijk bestemd voor de verhuur. Het had twee benedenwoningen en vier los verhuurde bovenkamers. Het pand had eerst een halsgevel maar bij een verbouwing in de eerste helft van de negentiende eeuw is de gevel geheel vernieuwd en het pand heeft toen een houten kroonlijst gekregen.

Bijzonder aan deze gevelsteen is, dat de steen iets naar voren helt om vanaf de smalle kade voor het pand beter zichtbaar en leesbaar te zijn. De twee metalen klampen, links- en rechtsboven aan de gevelsteen, zorgen ervoor dat de steen niet te ver voorover gaat hellen.

De gevelsteen is in juni 1992 door Jan Hilbers schoongemaakt en gepolychromeerd. Aan de hand van de aangetroffen originele kleuren is de steen gepolychromeerd. Hilbers schrijft in zijn restauratieverslag o.a: ‘Onder verscheidene lagen Bentheimkleurige verf kwamen de restanten van de oorspronkelijke kleuren tevoorschijn. Het duidelijkst in de jas van de man, waar zelfs de penseelstreek nog te zien was. Een klein fragment van de jas, bij de buik/ borst van het figuur is oorspronkelijk gelaten vanwege de uitstekende staat en het originele karakter’.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist
Huisonderzoek: Hans Brandenburg