Gevelsteen Eenvoud Siert de Mens
Oude Nieuwstraat 20, Amsterdam

Op 12 juni 2026 werd deze steen met een gestyleerde zon onthuld. In mei 2024 vond een VVAG- verenigingslid in de antiekboekwinkel Metamorphose, op de hoek van de Hendrik Jacobszstraat en Valeriusstraat 238-a in Amsterdam, op een brandende potkachel, onder een stapel antiquarische boeken, deze prachtige gevelsteen. Het bleek te gaan om een kleurloze kalkstenen gevelsteen (formaat: 45x, 40x 3,3cm,) met een gewicht van circa 14 kg, waarbij aan de achterzijde een deel ontbrak. Door de verschillende diktes mag worden aangenomen dat deze steen ooit als pasmaat voor een eerdere locatie is gemaakt. Op de bovenhelft is een zon afgebeeld en op het onderste gedeelte staat: EENVOUD SIERT DE MENS.
De fysieke herkomst van deze specifieke gevelsteen bleek moeilijk vast te stellen. Bij navraag vertelde de eigenaar van de antiekboekwinkel, Marien van de Poel, dat hij vroeger actief was in de handel van sierijzer en ornamenten. Daar had hij deze steen ooit via een inboedel verkregen. Van de Poel wilde wel afstand doen van de steen, mits hij een vervangende steen terugkreeg voor boven op de potkachel. Hem werd daarop door de VVAG een vervangende afdeksteen gebracht en in ruil voor de steen ontving Marien twee recente gevelsteenboeken van de vereniging. Het gehele verdere restauratie- en plaatsingsproject van de steen is geheel door de vrijwilligers van de VVAG uitgevoerd.
Op basis van vorm en lettertype kon voorzitter Jos Otten aangeven dat de steen waarschijnlijk uit de periode na de Tweede Wereldoorlog stamt. De handel rond het Waterlooplein in de jaren zestig zou daarbij een rol kunnen hebben gespeeld. In 2024 werd de gevelsteen gerestaureerd door schilder, beeldhouwer en restaurateur Wil Abels. Samen met dochter Linda Abels werd de gevelsteen zorgvuldig afgewerkt. Voor de achtergrondkleur van de zon werd een lapis lazuli-achtig azuurblauw gebruikt. Linda bracht het bladgoud aan. Voor deze steen werd gekozen voor 23¾ karaat rozenobel torengoud. Dat goud is sterker en beter bestand tegen weersinvloeden. Eerst werd een speciale mixtion- grondlaag aangebracht. Daarna kreeg het bladgoud de tijd om zich goed te hechten. Zo kreeg de zon opnieuw haar glans.
De steen werd op 26 februari 2025 gebracht naar Patrick en Maurice Appelman van 'Nieuwstate', de eigenaar van het pand. Het pand maakt deel uit van de herontwikkeling van het Amsterdamse centrumgebied. In het pand zullen studenten gaan wonen. Maurice had de steen al digitaal in de gevel geplaatst en er werd gekeken werd gekeken naar meerdere posities. De keuze viel op midden- boven in de voorgevel, waar de steen optimaal tot haar recht komt. Naast de deurbel komt een QR-code. Via deze QR- code kan iedere voorbijganger het verhaal van deze gevelsteen lezen.
Marien van de Poel in zijn antiekboekwinkel Metamorphose. In zijn handen de aan de VVAG overgedragen gevelsteen.
De onthulling van de steen op 12 juni 2026.
Tijdens de onthulling gaf de voorzitter van de VVAG, Jos Otten, de onderstaande speech:
'Kijk uit met hoeveel Eenvoud de mens siert! Bij mijn verhaaltje moeten jullie maar het verschil tussen een Nederlands kerkhof (begraafplaats) en een Italiaans in gedachte houden. Die i.h.a. sobere graftekens t.o.v. die met reusachtige beelden zelfs van ploegende boeren op het Cimitero Monumentale in Milaan. En ik ga je vertellen waar het woord “kaalslag” vandaan komt:
Dit ook n.a.v. het feit dat gevelstenen tegen het eind van de 18e eeuw steeds eenvoudiger worden. Versterkt door het neo-classisisme. Kern van de Nederlandse volksaard is die eenvoud. Winckelmanns Edle Einfalt werd hier op het schild gedragen. Het ideaal van de eenvoud betrof niet alleen de kunst maar drong, mede onder invloed van het in de 18e eeuw sterk levende, vanuit Engeland gevoede moralisme, in ons gehele levensgedrag. Rousseau bouwde dit in zijn filosofie uit en scherpte dit aan tot een levensprincipe!
De soort eenvoud= ongekunsteld. De eenvoud van de zuivere, onbedorven mens in de natuur= de homo in silvis= de mens in de bossen levend! Eenvoud die men bij ons kon aantreffen in boerenmilieus en bij de dorpsmens. Het werd in die tijd zelfs in opera’s uitgewerkt in een 2e soort eenvoud n.l. verheven, geleerde, gecultiveerde, esthetische eenvoud die men in hogere en intellectuele kringen aantrof. De opera Orpheus uit 1762 van Gluck is daar een voorbeeld van. Die zeer gekunstelde on-gekunsteldheid spreidde koningin Marie-Antoinette, met haar hofdames, ten toon in het arcadische boerinnetje spelen met het muziekinstrument de draailier als symbool van de eenvoud.
Onze volksziel herkende zich in die eenvoud van de eenvoudigen en werd bewuster van het eigengevoel voor eerlijke, grondige ongekunsteldheid. Deze houding is onoverbrugbaar geworden met het Zuiden van Europa, Italië met name. Dat was een te groot contrast. Want daar is het van nature emotioneel, streven naar pathetische expressie! Daartegenover bestond bij ons de eigen onverholen geneigdheid om de bewogenheid van de ziel niet naar buiten te brengen. Doe maar gewoon dat is al gek genoeg.
Deze houding leidde wel tot non- activiteit. Erger: tot argwaan tegenover beeldhouwkunst (gevelstenen). De zuidelijke passie moest als onnatuurlijk gebrandmerkt worden. Men ging hier die uitbundige beeldhouwkunst minachten, een nog tot op heden in onze samenleving herkenbare mentaliteit. Helaas! Zo is het bouwbeeldhouwwerk uit onze stad verdwenen.
Sinds 1770 moest dan ook een zekere Frederik Kaal de meeste tuinbeelden stukslaan, die waren immers te barok en verre van eenvoudig. Dat deed ie en sloeg ze tot korrels om daar de tuinpaden mee te verharden. Nu weet je waar 'Kaalslag' vandaan komt. Met dank aan P.M. Fischer: 'Ignatius en Jan van Lochteren'.'
___________________________
Samenstelling tekst: Pancras van der Vlist
Met dank aan Nieuwstate




