Gevelsteen met een ruiter te paard

Nieuwendijk 113, Amsterdam

Deze trapgevel uit 1635 werd in 1976 gerestaureerd. In de gevel zat een totaal verweerde oude gevelsteen met een postiljon met een hoorn aan de mond. Van Lennep en Ter Gouw (1868) geven een tekeningetje van de steen en noemen hem een ‘postrijder’. De steen is echter een verbeelding van de oude huisnaam HET  POSTPAERT (het postpaard). Dit huis was in 1635 in het bezit van Cornelis van Erpenbeeck, facteur (brievenbesteller).

Een postrijder of postiljon was een koerier die post overbracht, te voet of te paard. De posthoorn werd in de 18e- en 19e- eeuw gebruikt als signaalinstrument op de vroegere postkoetsen en door postbezorgers te paard, de postiljons, om aan te kondigen dat de postbezorger arriveerde. Zodoende konden mensen ten tijde van het ontbreken van postkantoren hun post bij de postkoets of postiljon afhalen en nieuwe post ter bezorging aanbieden. In het embleem van de posterijen in vele lande een gestileerde posthoorn afgebeeld.

De gedemonteerde gevelsteen met een afbeelding van een postrijder met de hoorn aan zijn mond. Afkomstig van Nieuwendijk 113. Foto van onbekende maker uit ca. 1953 t/m 1995. © Stadsarchief Amsterdam

De zwaar ‘versuikerde’ en beschadigde steen moest vervangen worden. Versuikering is een vorm van verwering waarbij de steen zijn samenhang verliest en in losse korrels uiteenvalt. In de huidige gevel is nu een kopie van de steen te zien. Deze ‘nieuwe’ gevelsteen (formaat: 50x 100cm) is omstreeks 1976 ontworpen en gehakt door Hans ’t Mannetje (1944- 2016). De polychromie van de steen is monochroom crèmekleurig.

De jaartalsteen in de gevel.

Hoger in de gevel zit een jaartalsteen met het opschrift: CIƆIƆCXXXV. Dit staat voor het jaar 1635. In een normale in Romeinse cijfers uitgedrukte cijferreeks zou hier moeten staan: MDCXXXV. In sommige perioden was de symmetrie van de jaartallen in Romeinse cijfers zo hevig van belang, dat men ook om die reden soms keek of de oude Romeinse schrijfwijze met de omgekeerde C’s een meer symmetrisch beeld gaf. Ook koos men om die reden er wel voor om 4 maal hetzelfde teken achter elkaar te gebruiken.

De alternatieve schrijfwijze in Romeinse cijfers voor 1.000 (duizend): CIƆ, is eigenlijk een stilering van een cirkel (twee gespiegelde C’s) met een vertikale streep in het midden. Zou men de C’s aan de bovenkant laten aansluiten aan de middenstreep en van onderen niet, dan heeft men de letter M, de normale aanduiding voor 1000. Een halve cirkel (daarvan de rechterhelft= een I met rechts daarvan een C in spiegelschrift): IƆ, staat dan voor de helft van de duizend= 500.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist
Met dank aan: Bovenlichten.net