Vier gevelstenen met gezichten op duitse steden
Nieuwe Uilenburgerstraat 13- 19, Amsterdam
In de top van vier laat zeventiende- eeuwse pakhuizen zijn vier reliëfs (formaat: alle vier 75x 120cm) te zien met gezichten op Duitse steden. Het betreft hier de gezichten op de Rijnsteden Köln (op nr. 13), Coblenz (op nr. 15), Mainz (op nr. 17) en Frankfurt (op nr. 19). Oorspronkelijk zaten in de toppen van de nummers 21 en 23 ook nog soortgelijke reliëfs. Deze zijn echter verdwenen. Alleen de opschriften DE STAT BONN en DE STAT MANNHEIM zijn nog overgebleven. Of de stenen zijn gehakt naar voorbeelden van 16e of 17e eeuwse etsen of prenten is ons nog niet duidelijk. Evenmin is ons nog niet duidelijk of de afbeeldingen op de stenen een realistisch beeld van de betreffende steden geven.
DE STAT COLLN op nr. 13.
DE STAT KOBLENZ op nr. 15.
DE STAT MAINTZ op nr. 17.
DE STAT FRANCFVRT op nr. 19.
DE STAT COLLN: gezicht op een aan een rivier gelegen stad met veel torens. Rechts op de voorgrond staat een stapel tonnen.
DE STAT KOBLENZ: eveneens een gezicht op een aan een rivier gelegen stad. Boven de stad steken een viertal torens en twee molens uit.
DE STAT MAINTZ: een steen met een zeer gedetailleerd stadsgezicht. De stad met vele kerken en torens ligt aan een rivier waarvan de oevers met een schipbrug zijn verbonden.
DE STAT FRANCKFVRT: wederom een stadsgezicht. Rechts loopt een rivier die wordt overspannen door een stenen brug met drie bogen. Midden- voor een stuk stadsmuur en een molen. Links op de voorgrond een aantal staande en liggende vaten.
De troffel te ere van de eerste- steenlegging
© Amsterdam Museum
Op 20 augustus 1709 werd de eerste steen voor de pakhuizen gelegd door Maria (1695-1772) en Henrica (1698- 1715) Le Seutre, dochters van de opdrachtgever van de bouw van de pakhuizen Nicolaes le Seutre (1645- 1709). Deze Nicoales was wijnkoper en kuiper ‘op ’t Rockin „in ’t Conjaxe Oxhoof’t, in 1683 Regent van het N.Z. Huiszittenhuis, Regent Sint Jorishof in 1688 en in datzelfde jaar ook Kerkmeester van de Oude Walenkerk.
Ter gelegenheid van die heugelijke gebeurtenis is een troffel gemaakt die nog in het Amsterdam Museum te zien is. Onderop de troffel staat een rijmpje dat de meisjes lof toezwaait: ‘So lang het praalwerk van deese voorraadschuuren/ Hun kruijn opsteeken en de rampen kan verduuren/ So sal Mariaas loff nooit sterven door haar naam/ Nog die van Henrica berugt doors ouders faam’. Henrica stierf op jonge leeftijd maar Maria trouwde met de vermogende Cornelis Trip, die tussen 1748 en 1753 drie maal burgemeester was; haar achterkleinzoon Jacob Boreel werd in 1814 in de adelstand verheven.
___________________________
Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist







