Gevelstenen met keizers

Korte Keizersstraat 11, Amsterdam

GEVELSTENEN
MET KEIZERS

Korte Keizersstraat 11, Amsterdam

De Korte Keizersstraat iseen straat tussen de Nieuwmarkt en de Oudeschans. Dit gebied werd in het begin van de 16e eeuw in gebruik genomen als havengebied, en de Lastage genoemd. Maar aan het eind van de 16e eeuw werden de scheepswerven van de Lastage onteigend door het stadsbestuur. Er werden straten gemaakt en percelen grond verkocht ten behoeve van woningbouw. Zo ontstond ook de Korte Keizersstraat, die in het verlengde lag van de Keizersstraat.

De naamgeving van deze nieuwe straten in de Lastage (Ridderstraat, Jonkerstraat, Keizersstraat en Koningsstraat) is het vroegste voorbeeld in Nederland van straatnaamgeving door een overheid. De naamkeuzes waren ongebruikelijk, omdat in die tijd Nederland een republiek was. De namen hadden niets te maken met de ligging van de buurt, met de eigenaren van de grond of met het huis of haar bewoners, waar normaal straten naar vernoemd werden. Onze straat lag in de voormalige Jodenbuurt en had een groot aantal Joodse bewoners, de eerste Joodse vestiging in Amsterdam was die van Sefardische Joden in deze buurt.

Korte Keizersstraat 11 in 2023.

In de eerste stukken die we over dit pand, dat nu eigendom van Stadsherstel is, kunnen vinden, lezen we dat in 1607 hier al een huis en erf in de Hoogh Keijserstraet stond. In 1608 verkoopt huistimmerman Tijmen Thonisszn het aan de varensman Adriaen Claesszn. In 1698 komen we voor het eerst de naam Korte Keizersstraat tegen, als Willem Hendrikszn, tegelaer, een deel van het huis verkoopt aan de vloodt Evert Adriaenszn.

In 1705 worden een tabakkoper en koopvrouw eigenaar en in 1742 woont de chirurgijn Pierre de la Cheau met één dienstbode in het pand. In 1851 is de werkman Jan Spaan bewoner van het onderhuis, onderste kamer en bovenkamer, in 1864 is dit een stoker en in 1879 heeft J. Baggers met beroep diamantslijper het hele huis in gebruik. In 1941 woont de Joodse Salomon Blits, met beroep koopman hier, samen met zijn zoon Isaac, een meubelmaker. Salomon wordt in 1942 op 57 jarige leeftijd in Auschwitz vermoord.

Isaac treft ditzelfde lot in 1943 op 23-jarige leeftijd. Ook lezen we in een akte uit 1885 dat het jaar 1705 de ingangsdatum is voor het betalen van belasting voor een regenbak voor het huis ‘waar de Keijser Alexander in de gevel staat’. Het betalen van die belasting vervalt in 1885.

Voor restauratie Na restauratie

Vóór en na restauratie in 2023.

Rond 1900 wordt de steen met de staande keizer nog vermeld in dit pand, maar in 1907 was de gevelsteen eigendom geworden van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, die hem in de Waag liet inmetselen. Bij de restauratie in 1980 wist Stadsherstel nog niet van het bestaan van deze steen.

Toen Stadsherstel in 1988 de steen terug kon laten keren naar zijn oorspronkelijke adres, aarzelden zij geen moment. Al werd hij wel op een andere plek in de gevel aangebracht, want Stadsherstel had al een nieuwe steen laten plaatsen. De oude keizer kreeg een plek in de onderpui van het pand.

Op deze steen, uit het begin van de 17e eeuw, is een staande keizer, gekleed in een harnas met daarover een wijde mantel afgebeeld. Hij draagt op zijn hoofd de keizerskroon. In de rechterhand steunt de keizer op een zwaard en in zijn linkerhand houdt hij een rijksappel vast. Een rijksappel is een (gouden) bol met daarbovenop een kruis, en stelt de wereld voor. De persoon die het object in zijn hand heeft, bezit de wereld. De twee attributen: de kroon en de rijksappel zijn zogenaamde regalia; de uiterlijke tekenen van de soevereine macht van een vorst, koning of keizer.

Amsterdam is de stad onder de keizerskroon. In de late middeleeuwen was men er trots op dat zij de kroon van het Heilige Roomse Rijk mocht dragen want dit was een teken van grote verkiezing boven vele andere steden. Ook later hielden de patriciërs de keizerskroon in ere, ook al behoorden ze niet meer tot het Roomse rijk. Maar in 1489 kreeg de stad niet het recht om de keizerskroon boven het wapen te voeren, maar de koningskroon; Maximiliaan van Oostenrijk was namelijk nog geen keizer. Wel was hij toen zeer dankbaar voor de gulle ontvangsten, zijnde geld en schepen, die hij drie jaar daarvoor had gekregen bij een bezoek aan Amsterdam.

Toen Maximiliaan in 1508 wél keizer werd, ging de stad zelf tot aanpassing aan de nieuwe status over en verving men de koningskroon door een keizerskroon. De keizerlijke allure was een integraal onderdeel geworden van het zelfbeeld van de stad die zich – in de woorden van Vondel- zag als ‘Keyserin van Europa’.

Het dragen van de keizerskroon was in die dagen belangrijk, omdat de Amsterdamse schepen die het stadwapen met kroon voerden, aan de vijanden konden laten zien dat zij als het ware rechtstreeks onder keizerijke bescherming stonden.

De kroon op het stadwapen is meerdere keren gewijzigd. Zo ook in 1602, toen Keizer Rudolf II de zogenaamde ‘Rudolfinische keizerskroon’ liet vervaardigen door de Nederlandse goudsmit Jan Vermeyen. Amsterdam liet deze keizerskroon toen ook boven haar wapen aanbrengen. En de keizer in ons pand kreeg ook die kroon.

De Rudolfinische keizerskroon heeft twee zijdelings geplaatste gouden schelpen met daartussen een diadeem, dat getopt is met een kruis met daarop een grote lichtblauwe saffier. Ertussen bevindt zich een rode muts. De hoofdband is bezet met rode en groene edelstenen en is verder omrand met witte parels. De kroon heeft grote symbolische betekenis.

Zo is de rand met het diadeem het symbool van de wereldlijke macht en de uitdrukking van het koningschap. De daarop staande bekroonde lelies doen aan een mijter denken en beelden de rol van de keizers in de godsdienst uit. De ‘opstaande diadeem’ is een symbool van oppermacht en gaat terug op de Kroon van Karel de Grote. Naast het in het christelijke Europa gebruikelijke kruis is op de spits van de kroon een grote helblauwe saffier aangebracht, als symbool van de zon: brenger van licht en waarheid. De boven het kruis aangebrachte saffier symboliseert de schepper.

Voor restauratie Na restauratie

Gevelsteen DE KORTE KEIZER vóór en na restauratie in 2022.

De inspiratie voor het ontwerp van de gevelsteen.

In 1981 hakte Hans ’t Mannetje een nieuwe steen voor het pand. Een van de kenmerken van de moderne gevelsteen is het gebruik van eigentijdse beelden of begrippen. Een sprekend voorbeeld is deze steen, die een straatnaam uit de 16e eeuw verbindt met het Kilroyfiguurtje uit het midden van de 20e eeuw.

Hans ’t Mannetje koos Japie Groenteman als model voor zijn Kilroy. Japie Groenteman was een klein mannetje die altijd met een orgel van Perlé door Amsterdam trok en zo zijn geld verdiende. Iedereen kende hem want hij ging heel brutaal met zijn centenbakje langs de mensen op terrassen en in café’s. . Hij vroeg eigenlijk niet om geld, maar eiste het op.

Over de oorsprong van het mannetje, Mr Chad genaamd en zijn begeleidende motto ‘Kilroy was here’ doen vele theorieën de ronde. Het lijkt waarschijnlijk dat het een snel opgekrabbeld logo van James Kilroy was; een inspecteur die op een werf in Massachusetts stalen scheepsonderdelen controleerde in de Tweede Wereldoorlog.

Maar het kan ook wat anders zijn. Feit is dat de afbeelding met tekst zich tijdens en na de Tweede Wereldoorlog door met name het Amerikaanse leger als een olievlek door de wereld verspreidde, meestal in de vorm van graffiti. Het wordt ook wel gezien als een eerbetoon aan de Onbekende Soldaat. Dat zijn alle militairen die in een oorlog vermist of gesneuveld zijn van wie de identiteit niet vastgesteld kon worden.

Beide stenen zijn in 2023 door Wil Abels, in opdracht van Stadsherstel, gerestaureerd en in kleur gezet.

Tekst: Stadsherstel