Gedenksteen JAN VAN DER HEYDEN
Koestraat 5, Amsterdam

In 1911 nam het bestuur van het Genootschap Amstelodamum, ter gelegenheid van de herdenking van de 200e sterfdag van Jan van der Heyden, het initiatief tot plaatsing van een herdenkingssteen in de Koestraat.
De schilder/ uitvinder Jan van der Heyden (1637- 1712) werd in 1681 eigenaar van het westelijke deel van de voormalige Latijnse School en richtte het in als woning en werkplaats. Deze Latijnse School en de woning van de rector waren ingebouwd in de, in 1462 gebouwde, voormalige kapel van het Bethanienklooster. Het pand moet een bezienswaardigheid zijn geweest, rijkelijk versierd met motieven die ontleend waren aan de brandweer en de straatverlichting. In 1868 werden woning en werkplaats gesloopt voor de bouw van het nog bestaande schoolgebouw, een fraai gesneden deurkalf en twee trapleuningen in de vorm van slangen kwamen in de collectie van het Amsterdams Historisch Museum terecht.
Op 28 maart 1912 werd de herdenkingssteen, ontworpen door architect van Arkel, geïnspireerd door een gravure van Houbraken, en gehakt door atelier Van den Bossche en Crevels, onthuld door burgemeester A. Roell. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst heeft in 2004, op aandringen van de VVAG het reliëf laten restaureren. Op 16 december van dat jaar werd door toenmalig stadsdeelwethouder Guido Frankfurther het 'hernieuwde' reliëf feestelijk onthuld.
Koestraat 5, de voormalige Brandspuitfabriek, opgericht door Jan van der Heijden in de 17e eeuw.
Geheel links: Bas- reliëf boven de deur. Tekening van N.C. Looman uit 1864. © Stadsarchief Amsterdam
Tentoonstelling Jan v.d. Heijden 1712- 1912. in de Koestraat 5. Te zien zijn twee vroege types brandspuiten. © Stadsarchief Amsterdam
De uit Gorinchem afkomstige glazenier, spiegelfabrikant en kunstschilder Jan werd vooral bekend als uitvinder. Hij zou dertig jaar lang op dit adres aan de koestraat 5, tot zijn dood, wonen en werken en had aan de achterzijde ook zijn werkplaats: de brandspuitenfabriek. Hij verbeterde de al bestaande brandspuit waardoor het water direct uit de gracht gepompt kon worden en voorzag die van slangen om gericht te kunnen spuiten.
Jan van der Heyden verbeterde de brandweerpomp reeds in 1672. Hij demonstreerde zijn uitvinding bij het stadhuis en vanaf de Westertoren in Amsterdam. Hij publiceerde daarover samen met zijn broer in 1677 'Bericht Wegens de Nieuw geïnventeerde En Geoctroyeerde Slangbrandspuiten: Uitgevonden door Jan en Nicolaes van der Heyden'. In 1690 maakte hij samen met zijn zoon Jan een lijviger boek, dat rijk geïllustreerd werd door de uitvinder zelf. Het boek is opgedragen aan Nicolaes Witsen. De burgemeesters waren onder de indruk en in elk van de zestig wijken werd een nieuwe spuit opgesteld. Jan van der Heyden kreeg in 1697 bezoek van Peter de Grote, die tevergeefs probeerde hem over te halen mee te gaan naar Rusland. De uitvinder verkocht hem wel een aantal brandspuiten à 385 gulden per stuk.
Van der Heyden was een veelzijdig mens. Hij ontwierp en bouwde of werkte mee aan baggermolens, schepraderen, kachels, de scheepskameel, waterbeheersing en dijkonderhoud en plaatste in 1702 baaklantaarns, die waren voorzien van olielampen, op de in 1700 gebouwde toren van Vuurtoreneiland in de Zuiderzee.
Daarnaast werkte hij hier aan zijn verbeterde (olielamp) straatlantaarns, de zogeheten 'Jan van der Heyden- lantaarns', die nog steeds als replica's op diverse plaatsen in de stad te bewonderen zijn, zoals op het Amstelveld maar ook hier in de Koestraat, naast de gedenksteen. Van der Heyden werd benoemd tot opzichter van de stadslantaarns en generaal- brandmeester. Hij stierf als een bemiddeld man. Op 28 maart 1712 werd hij begraven in de Oude Kerk in Amsterdam.
___________________________
Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist




