Vier Gevelstenen
HVIS DVINEN, DE HELDER,
HET NUWE DIEP en HET Eylant WIERINGEN

Kerkstraat 402, 404, 406 en 408, Amsterdam

Vier gevelstenen op rij tonen locaties in en rond Den Helder. Van rechts naar links gezien, zichten op Huisduinen (nr. 402), Den Helder (nr. 404), het Nieuwediep (nr. 406) en het eiland Wieringen (nr 408).

In 1669 kopen meestertimmerman Janssen van Diemm, glazenmaker Henrik Janssen en metselaargezel Jasper Gerritszn elk voor één derde part van erf nummer 38. Het werd gesplitst in 1670, want dan koopt meesterhuistimmerman Jan Corneliszn Duyts, afkomstig uit Den Helder, een deel van het erf en in de jaren erna bouwt hij een huis (het huidige nr. 402). Hij kocht ook de erven aan de andere kant (huidige nrs. 404, 406 en 408) en bouwde in totaal vier huizen. Zijn panden kregen gevelstenen die iets zeggen over de omgeving van Den Helder, waar hij vandaan kwam. De panden 404, 406 en 408 heeft hij weer doorverkocht.

De gevelsteen DE HUYS DUYNDER VISSER, Leidsestraat 27, Amsterdam.

Duyts komen we eerder tegen op de Lauriergracht. Daar verkoopt deze meester-huistimmerman in 1650 zijn huis. Dat hij meester was, betekende dat hij met succes de meesterproef heeft afgelegd en is toegelaten tot het gilde: een meester mocht zijn eigen werkplaats beginnen. Zijn pand aan de Lauriergracht had de gevelsteen de Huisduinder Visser in de gevel. Die steen is daar niet meer te vinden maar wellicht verplaatst naar Leidsestraat nr. 27. Want in 1685 verkoopt Duyts in de Leidsestraat een huis met DE HUYS DUYNDER VISSER in de gevel. Deze steen is daar nu nog steeds te vinden.

Gevelsteen HVIS DVINEN (nr. 402)

Jan Corneliszn Duyts bleef dus de eigenaar van het pand aan de Kerkstraat 402, met de gevelsteen HVIS DVINEN. Dit pand is nu in het bezit van Stadsherstel. Op deze steen (formaat: 54x 80cm) is, tegen de achtergrond van een duinachtig landschap, een aantal huizen en een kerk afgebeeld. Dit is de zogenaamde Kerkbuurt. De overduidelijke konijnenholen en geitenhoeder met geiten kwamen pas tevoorschijn na het verwijderen van diverse overschilderingen. Op het duin uiterst rechts, staat een z.g. vuurbaak; een rokende vuurmand, ongeveer 16 tot 18 meter hoog, aan een staak. De konijnenholen op het duin verwijzen naar dit gebiedje in Huisduinen, dat de ‘Conijnsbergh’ werd genoemd.

Zo’n vuurbaak was een oriëntatiepunt voor de scheepvaart. Bekend is dat op Huisduinen sinds 1598 al een steenkolenvuur aanwezig was voor begeleiding van de scheepvaart op de Noordzee. Op het Hoge Kijkduin brandde het vuur in de nacht. Later, in de tijd van Napoleon, zou het als Fort Kijkduin met een verdedigbare vuurtoren deel uit maken van de Stelling van Den Helder.

De gevelsteen HVIS DVINEN vóór restauratie.

Het dorp Huisduinen behoort nu tot de gemeente Den Helder maar was in de 8e eeuw een klein eiland. Soms behoorde het weer tot het vaste land totdat er weer een overstroming kwam. Totdat in 1597 het Eiland Huisduinen voorgoed tot het vasteland van Noord-Holland behoorde.

Stadsherstel kocht het rijksmonument in 1970 en restaureerde het in 1978. In 2018 kon dankzij een bijdrage van de Vrienden van Stadsherstel en de Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen de gevelsteen worden gerestaureerd door Wil Abels. De steen kreeg haar kleur weer terug. Bij het weghalen van de diverse witte lagen verf werden kleine fragmenten van kleur gevonden. Aan de hand van wat gevonden werd, uit de ervaring van Wil Abels en De Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen zijn de kleuren bepaald.

Gevelsteen DE HELDER (nr. 404)

Boven het middenraam van de eerste verdieping van de vernieuwde gevel op nr. 404, de steen DE HELDER. De steen (formaat: 54x 80cm) toont een gezicht op Den Helder, met op de voorgrond woelig water met drie scheepjes, en op de achtergrond een rij huizen en een kerk.

Het dorpje ‘die Helder’ van vissers en strandjutters groeide, dankzij de stategische ligging , uit tot dé plek waar de Amsterdamse vloot voor anker ging. Noorse walvisvaarders openden hier een kantoor. Helaas is het oorspronkelijke plaatsje tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter grondig van de kaart geveegd. De steen toont mogelijk de Hoofdgracht in Den Helder, in vroeger dagen.

Gevelsteen HET NUWE DIEP (nr 406)

Op Kerkstraat no. 406 zit de steen (formaat: 54x 80cm) HET NUWE DIEP met daarop afgebeeld het Nieuwe Diep, aan de oostkant van Den Helder. Op een meer varen drie schepen van verschillend type. Op de voorgrond een begroeide duin, een paar huizen en schapen. Hoger in de gevel zit een lint met het jaartal 1672.

Het Nieuwediep was een diepe geul ten oosten van Den Helder. Door een sterke ebstroom werd ze op diepte gehouden. Als gevolg van de aanleg van de Nieuwe haven in 1782, is het nu een afgesloten stuk water en wordt het gebruikt door de haven van Den Helder.

Gevelsteen HET EYLANT WIERINGEN (nr. 408)

Op nr. 408 zit de steen HET EYLANT WIERINGEN (formaat: 54x 80cm) met een gezicht op Wieringen, een voormalig eilandje oostelijk van Den Helder. Het eiland is in zijn geheel afgebeeld, vol huizen en kerken, en met een boom en wat schapen. Links vaart een zeilschip achter het eiland langs. De steen toont mogelijk ‘de Haukes’, de haven in het zuidwesten van het eiland Wieringen.

De oppervlakte van het eiland bedroeg 24,5 km², waarvan 19,8 km² oud land en 4,7 km² door inpoldering verkregen Nieuwland. De naam Wieringen afgeleid van het Oudfriese ‘wîr’, dat hoogte betekent. Aanvankelijk was Wieringen geen eiland. Wat we nu Wieringen noemen, was ooit een bult, een verhoging, in een moerassig veengebied. Als eiland kreeg Wieringen in 1432 stadsrechten.

Vermoedelijk vanaf de 16e eeuw, in ieder geval tot aan de Franse tijd vormde het overladen van goederen van schepen van de grote vaart in kleinere, minder diep stekende schepen (de zgn. ‘lichtschipperij’) een belangrijke bron van inkomsten voor de Wieringer bevolking. Om verspreiding van besmettelijke ziekten door matrozen meegebracht uit verre oorden tegen te gaan werden schepen al sinds de zeventiende eeuw voor Wieringen stilgelegd. Eventuele verpleging kon op het afgelegen eiland plaatsvinden, zonder vrees voor verdere verspreiding.

Sinds 1924 kwam aan het eilandbestaan een einde omdat Wieringen verbonden werd met het vaste land. In 1930 kwam de oostelijke Wieringermeerdijk in de Zuiderzee tot stand, en daarmee de aangrenzende polder de Wieringermeer, waar het voormalige eiland nu, ingepolderd, in ligt.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist
Huisonderzoek: Hans Brandenburg
Met dank aan Stadsherstel