Gevelsteen met een kandelaar

Keizersgracht 287, Amsterdam

In 1990 werd bij funderingswerk achter de noordelijke bebouwing van de Oude Hoogstraat, als putafdekking, een grote plaat zandsteen aangetroffen. De tot nu oudste gevonden vermelding van de gevelsteen in de archieven, is die van 3 juni 1687. Dan
verkopen de Erven van Jacob de Clercq het pand ‘De Garenmolen uithangend met de De Kandelaar in de gevel; huis, erf en achterhuis, over het Oostindische huis tussen Betaniendwarsstraat en Kloveniersburgwal’.

De steen in brokstukken.

Toen de aannemer zijn pneumatische hamer er op zette bleek uit de loskomende brokken dat het niet zomaar een stuk natuursteen was maar dat men ooit een grote gevelsteen als putdeksel hergebruikt had.

Toen de brokstukken verzameld waren konden we een gevelsteen reconstrueren met een blaker, een kandelaar, onder een fraai geplooide draperie. 
Resten van verguldsel op de blaker en groen- blauwe verfsporen in de dieper gelegen plooien van de draperie waren duidelijk zichtbaar.

Restauratieatelier Snoep en Vermeer heeft de brokken aaneengevoegd, verstevigd met bronzen doken, de ontbrekende gedeelten aangeheeld met restauratiemortel en het geheel in de oude, aangetroffen kleuren geschilderd.

De steen gefotografeerd in 2008.

Sinds juli 1992 prijkt de grote (formaat: 130x 61cm) gevelsteen boven de ingang van de Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij aan de Keizersgracht. Zij vonden het symbool van de vergulde kandelaar, als het ware beschermd door de draperie wel passen bij hun bedrijf.

De jaartalsteen ANNO 1638, die, in vier stukken gebroken ook uit de bouwput tevoorschijn kwam, kreeg een plek in de gevel van Singel 330, een pand dat, getuige de oude huispapieren in dat jaar gebouwd werd.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist