Gevelsteen met een rode hoed

Keizersgracht 104, Amsterdam

Huistimmerman Lambert Massa liet hier in 1632 een pand bouwen dat in 1642 in bezit kwam van hoedenmaker Claes Harmensz. Roothoet. De gevelsteen (formaat: 50x 60cm) met de hoed is in dat jaar geplaatst.

Rond 1600 werd dit type hoeden gemaakt van vilt gemaakt van beverhaar. De pelsen die daarvoor gebruikt werden, kwamen uit Scandinavië. Ze waren gewoonlijk zwart. Om bevervilt rood te krijgen zou het haar eerst ontkleurd moeten worden en daarna rood geverfd. Gezien de beperkte beschikbaarheid van kleurstoffen in die tijd is het nog maar de vraag of er ooit echt rode hoeden zijn gemaakt.

Keizersgracht 102- 108 (v.r.n.l.), omstreeks 1770. Tekening vervaardigd door Gerrit Postma ((1819- 1894)van de rij gevels van de Remonstrantse Kerk op Keizersgracht 102- 108. © Stadsarchief Amsterdam

Ook is niet duidelijk of de steen genoemd is naar de hoedenmaker of dat deze zijn achternaam heeft ontleend aan de steen. Achternamen ontstonden in die tijd op allerlei manieren.

Claes Harmensz Roethoet verkocht het pand in 1642 aan de Remonstrantse Broederschap die er een schuilkerk in vestigde. In 1989 blies dichter en theoloog Huub Oosterhuis het pand nieuw leven in en richtte een toonaangevend en florerend centrum voor religie, zingeving en poëzie op. In het tweede decennium van haar bestaan verlegde Rode Hoed de aandacht naar het maatschappelijk debat en programmeerde ook veel cultureel aanbod. Ook werden wekelijks kerkdiensten gehouden, die tot op de dag van vandaag een huis vinden in de oude schuilkerk.

Ca. 1960 was de hoed net als de overige steen zandkleurig geworden. De eigenaren in die tijd lieten het hoedje aan de gevel knalrood schilderen. Bij een renovatie van de gevelsteen in de jaren 1990 was de rand vergeten. Dit is 2002 door de firma Kneppers hersteld. Toen heeft de steen ook de huidige kleuren gekregen.

___________________________

Tekst: Onno Boers