Gevelsteen D BUYS

Haarlemmerdijk 1, Amsterdam

In 1967 kreeg deze fraai gedetailleerde gevelsteen zijn huidige plek in het nieuwbouwblok op de hoek Haarlemmerdijk/ Korte Prinsengracht/ Vinkenstraat. De steen zat oorspronkelijk op nr. 8 in de Vinkenstraat. Uit de diverse koop/ verkoopaktes blijkt dat het pand in de Vinkenstraat lang en veel in het bezit van schippers was.

In 1656 verkoopt Abraham Isaaxcs, schipper op Hamburg, een huis en erf, vooraan in de Middelstraat (oude naam van de Vinkenstraat). De nieuwe eigenaar wordt Jan Jelmersz, beroep grootschipper. Jan Jelmersz was in 1651 gehuwd met Maritje Dircx. Haar vader was Dirck Jacobsz Buijs, schipper, afkomstig van Wieringen.

Het zou kunnen, zekerheid hebben we niet, dat Jan Jelmersz de gevelsteen met de haringbuis heeft laten aanbrengen gezien zijn beroep en de naam van de vader van zijn vrouw. Het blijft gissen want in geen van de latere overdrachtsakten wordt een huisnaam genoemd.

De afbeelding op gevelsteen.

Vinkenstraat 2- 10. De paarse stip geeft het pand met de gevelsteen aan.  Tekening uit 1905 van H.M.J. Misset (1875- 1958). © Stadsarchief Amsterdam

De naam Buijs zal vanaf 1715, als ene Meijndert Buijs, schuitenvoerder, voor 2800 guldens contant, de nieuwe eigenaar wordt, tot 1780 aan het pand verbonden blijven. In dat jaar verkopen de erven van Meijndert Buijs het pand in de Vinkenstraat. De koop/ verkoopprijs is dan 5500 guldens, contant te voldoen. Deze forse verhoging van de prijs kan te maken hebben met een herbouw/ verbouw van het pand, want uit de Verpondingkohieren (1740- 1745) blijkt dat het aanslagbedrag van fl. 10:15:- verhoogd werd tot fl. 23:15:-. Zou toen de gevelsteen D’BUIJS geplaatst zijn of hergebruikte men de oude gevelsteen?

Een tekening van H.M.J.Misset uit 1905 (coll. Stadsarchief) geeft ons zicht op de panden Vinkenstraat 2 t/m 10. No. 2 is, heel merkwaardig, een halve trapgevel, de andere panden hebben eenvoudige klokgevels boven houten puien met stoepen en trapjes. Het pand nr. 8 heeft op de tekening 4 uitgemetselde pilaren maar op latere foto’s en tekeningen van het pand zijn deze niet te bekennen.

De gevelsteen is duidelijk herkenbaar boven de hoge pui, onder het middelste venster van de drie vensters brede gevel. De panden 2- 4 en 6 en het hoekhuis op de Korte Prinsengracht zijn in de jaren ’25 afgebroken en vervangen door een blok nieuwbouwwoningen met daaronder in de Vinkenstraat twee garages. De bijzonder fraaie gevelsteen NABOS WIJNBERG van nr. 4 kwam in een particuliere collectie in Vreeland terecht en verhuisde in 2004 naar een collectie in Haarlem.

In de Historische Gids van Amsterdam (1ste druk 1919) beschrijft d’Ailly op pag. 284 de Vinkenstraat, de steen D’BUIJS heeft hij echter over het hoofd gezien evenals de samenstellers van de Monumentenlijst in 1928. In 1965/ 67 verrijst op deze plek een nieuwbouwcomplex van architect P. Zanstra. De totale bebouwing van Haarlemmerdijk 1 t/m  11, Korte Prinsengracht 22 t/m 36 en Vinkenstraat 2 t/m 12 moest hiervoor tegen de grond en werd vervangen door het huidige, voor de omgeving te grote woningcomplex met op de begane grond winkels.

De gevelsteen D’BUIJS kreeg een plek op Haarlemmerdijk nr.1, vlak bij de hoek Korte Prinsengracht. In de zomer van 2016, het pand stond in de steigers voor een schilderbeurt, kon op verzoek van de VVAG, Wil Abels de steen van dikke afbladderende verflagen ontdoen en aan de hand van aangetroffen kleursporen in kleur zetten.

Uithangbord dat hing bij de 17e eeuwse herberg d’Haringbuys op de grens van Heemstede en Aerdenhout.
© Rijksmuseum/ Zuiderzeemuseum Enkhuizen

Het schip op de gevelsteen is een z.g. haringbuis, een scheepstype met drie masten, dat speciaal ontwikkeld was voor de haringvangst. De oudere, 16de en vroeg 17de eeuwse buizen hadden een smalle, platte spiegel (=achterzijde) welke in de loop der 17de eeuw vervangen werd door een ronde achterzijde waardoor er meer ruimte op het dek ontstond. Het oude type buis, met de platte spiegel is nog voorgesteld op de gevelsteen IN DE VERGULDE HARING BUYS, Singel 358. De buis op onze steen is van het latere type met ronde achterzijde.

De vangst, de verwerking en de handel in haring was een van de financiële pijlers van de welvaart van de Republiek. Nadat met enorm lange z.g. drijfnetten, lange netten, in zee hangend aan drijftonnen, achter het bijna stilliggende schip de vangst was binnengehaald, werd de haring gekaakt. De kieuwen en de ingewanden werden verwijderd zodat de vis goed kon ontbloeden en het vlees blank van kleur werd. Na het kaken werd de vis gezouten en in tonnen verpakt. De gevulde tonnen werden na verloop van tijd door z.g. ventjagers overgenomen en aan land gebracht.

Op de gevelsteen is het moment voorgesteld dat het grote net, de vleet, wordt binnengehaald. Rechts, op zee zijn de drijftonnen waaraan het enorme net hangt te zien. Het schip ligt, zoals de term luidt, ‘aan de vleet’, de grote mast is gestreken en het kleine zeil aan de achterste mast, de bezaan, zorgt er voor dat het schip met de kop in de wind blijft liggen.

___________________________

Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg