Gevelsteen D ARKE NOACH
Eerste Leliedwarsstraat 20- 36, Amsterdam
Op de vroeg 17e- eeuwse gevelsteen een scene uit het Bijbelverhaal over de ark van Noach (Genesis 8, vs 11). Noach kijkt uit een van de vensters naar een zojuist gelande duif met een olfijftak in de snavel, die op de nok van de ark zit.
De steen nog in de voorgevel van Bloemgracht 20. Foto van onbekende maker. © Archief VVAG
De steen vóór restauratie.
In 1614 kocht Franchoijs Jesop, waarschijnlijk huistimmerman, een erf aan de Bloemgracht waarop hij twee huizen liet bouwen. Het koopbedrag was 514 gulden, 4 stuivers en 3 centen. Hij verkocht de panden in 1625 aan Jan Gerritsz Puijt, roedrager (deurwaarder) en belastingambtenaar. De omschrijving luidde: ‘twee huizen en erven, staande naast elkaar op een gemeenschappelijke muur, op de Bloemgracht, genaamd ‘De Duijff met den Olijfftak’.
Puijt overleed op 26 augustus 1636 en werd in de Oude Kerk begraven. Zijn bezit kwam via vererving in 1686 in handen van Jan Gregorius van den Broek. In 1701 werd bakker Sander van Langelaar eigenaar. Toen hij het pand in 1711 verkocht, bleek hij kruidenier (grutter) te zijn geworden.
In de verkoopakte stond: ‘een huis en grutterij daarachter een erf met zijn grutmolen en gereedschappen, ‘de Ark van Noach’ in de gevel, en waar nu ‘de Nieuwe Grutterij’ uithangt’. De koper, Jan van Guttekove, was ook grutter. Hij had twee dienstboden in dienst en bezat een koets en twee paarden.
De gevelsteen, die in 1868 door Van Lennep en Ter Gouw, en in 1875 door Jonkheer Suasso beschreven werd, stelt, zoals zij ook zeggen, een grote duif voor met een olijftak in de snavel, zittend op iets dat de nok van de ark voor moet stellen. In 1877 werd het pand Bloemgracht no. 20 geheel verbouwd. Bij de verbouwing werden de gevelsteen en de tekststeen ingemetseld in een muur op de binnenplaats.
In 2008 werd de VVAG benaderd door de antiquair Rob Bruil; hij had een gevelsteen in zijn bezit en wilde advies voor restauratie. Toen wij een foto ontvingen was het direct duidelijk, het was de zwaar beschadigde steen met duif van het binnenplaatsje van Bloemgracht 20. Hoe en wanneer en via wie de antiquair de steen verworven had, kon of wilde hij niet zeggen, maar de VVAG kon de steen voor een behoorlijk hoge prijs overnemen. In 2012 werd de gevelsteen door de VVAG verworven en in 2014 gerestaureerd door Jan Hilbers. De onderrand werd aangeheeld, waarbij de tekst D’ARKE NOACH opnieuw werd aangebracht omdat de tekststeen zoekgeraakt was.
De steen wordt in de 17e eeuw nog als ‘De Duyff met den Olijftak’ vermeld. Eind 18e eeuw gaat hij ‘D’Arke Noach’ heten met een duidelijk bedachte en toegevoegde late tekststeen erboven. De oorspronkelijke tekst onder de steen was weggehakt. Hadden we dat toen geweten, dan hadden we die oorspronkelijke tekst door Han Hilbers laten aanbrengen… Gemiste kans (door achteraf weten).
In de voorgevel van Bloemgracht no. 20 was geen plaats meer voor de steen. In overleg met woningcorporatie Ymere werd begin september 2014 hij ingemetseld in één van hun panden. De steen (nu formaat: 64x 58cm) kreeg daardoor nu een plek, weliswaar niet meer op de Bloemgracht, maar vlak om de hoek in de Eerste Leliedwarsstraat.
___________________________
Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg




