Gevelsteen met een kaarsensnuiter
Damrak zn/ achterzijde Warmoesstraat 54, Amsterdam
Deze ronde gevelsteen (diameter: 75cm) zit in de achtergevel van het pand Warmoesstraat no. 54. De steen toont een z.g. kaarssnuiter. Al in 1661 wordt het huis aangeduid als ‘De Vergulde Kaarssnuiter’ wanneer Jacob Sijen het huis verkoopt. Het huisteken is dan nog wel ‘uithangend’ en niet in de gevel. Het is niet duidelijk wanneer de gevelsteen in de achtergevel van het pand, aan het Damrak, is aangebracht. Er zaten overigens meerdere ‘snuiters’ in de Warmoesstraat, zoals bijvoorbeeld ‘Het IJzeren Snuiter’, op de zuidhoek met de Oudebrugsteeg.
Gezicht op de oostzijde van het Damrak (achtergevels Warmoesstraat 32- 54). Foto van onbekende maker uit 1883 t/m 1905. De paarse stip geeft het pand aan.
© Stadsarchief Amsterdam
In de zeventiende eeuw was de kaarsensnuiter (of snuitschaar) een essentieel huishoudelijk voorwerp, gebruikt om de pit (lont) van een kaars te trimmen (te ‘snuiten’) en zo rook en roet te voorkomen. Omdat kaarsen in die tijd vaak werden gemaakt van dierlijk vet (talg), was de pit niet zelfverbruikend zoals bij moderne kaarsen. De pit werd snel te lang, begon te walmen en kon in de gesmolten was vallen, waardoor de kaars ongelijkmatig brandde of uitging. De kaarsensnuiter werd gebruikt om de overtollige, verkoold geraakte pit af te knippen terwijl de kaars nog brandde, zonder de vlam te doven.
Het meest voorkomende type kaarsensnuiter in de 17e eeuw had de vorm van een schaar met twee platte bladen en een klein, rechthoekig of doosvormig opvangbakje aan één van de bladen. De punt van het andere blad paste precies in dit bakje bij het knippen. Ze werden gemaakt van verschillende materialen, afhankelijk van de welvaart van de eigenaar. Veelvoorkomende materialen waren messing en brons. Er bestonden ook luxere, zilveren exemplaren.
Pas in de 19e eeuw, met de uitvinding van de zelfverbruikende, gevlochten pit, die op een “natuurlijke” manier opbrandde, raakte de kaarsensnuiter in onbruik.
___________________________
Tekst: Onno Boers
Omgevingsfoto: Frank Lucas



