Gevelsteen DEN WITTEN HOND

Damrak zn/ achterzijde Warmoesstraat 16, Amsterdam

Een voorbeeld van het onveranderd handhaven van het oude huisembleem is de gevelsteen Den Witten Hond, in de achtergevel aan het Damrak van Warmoesstraat 16 (dus naast De Eenhoorn).

De huisnaam Den Witten Hond werd al in 1456 in een overdrachtsakte genoemd. Het huis was toen eigendom van burgemeester Jan Beth Janzs, die tevens waard was in herberg Den Witten Hond.

De beeldhouwer Artus Quellinus (1609-1668) maakte in 1657 in Antwerpen dit eikenhouten beeld van een hazewindhond. © Rijksmuseum Amsterdam

 

Nog in 1735 werd het pand met deze naam aangeduid bij de verkoop aan wijnkoper Christiaan Lankhorst. In het belastingkohier van 1742 staat bij zijn naam ‘N.B. heeft geld’ en hij wordt, met zijn drie dienstboden, als halve kapitalist omschreven.

Lankhorst liet het oude pand in 1740 drastisch verbouwen. Aan de Damrakzijde verrees een hoge gevel, bekroond door een uitbundig gedecoreerde lijst. In het verhoogde middenstuk, geflankeerd door twee zeegodinnen en voorzien van een immense kroon, is een groot liggend wijnvat voorgesteld, een duidelijke verwijzing naar het beroep van Van Lankhorst. De nieuwe huisnaam Oost Vries Lant en het jaar van voltooiing 1740 zijn met duidelijke letters en cijfers in de versiering opgenomen.

De oude huisnaam en de gevelsteen (formaat: 55x 70cm) bleven echter behouden. Tussen de vensters van de tweede en derde verdieping van de Damrakgevel kreeg de oude gevelsteen Den Witten Hond, die oorspronkelijk in de voorgevel in de Warmoesstraat zat, een onopvallende plek. De gevelsteen is door het ontbreken van enig ornament moeilijk te dateren, maar zal vroeg- 17e- eeuws zijn. Wat wel zeker is, is dat dit witte hondje de oudste, in beeld gebrachte en gehandhaafde Amsterdamse huisnaam is.

___________________________

Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg