Gevelsteen met een liggende Faun

Cornelis Schuytstraat 65, Amsterdam

GEVELSTEEN MET EEN
LIGGENDE FAUN

Cornelis Schuytstraat 65, Amsterdam

Deze vrijstaande villa, ‘Villa Klatte’ genaamd, werd in 1918-1919 in zakelijk-expressionistische trant gebouwd, door de architecten H. Elte Phzn en G.F. Mastenbroek. Het werd ontworpen in opdracht van S.R. Klatte , directeur van Klatte’s manufacturenhandel in de Spuistraat. Hij woonde hier met zijn vrouw M.M. Ruegg.

De wit/ grijs gepleisterde jaartal- en gevelsteen met een liggende faun is ontworpen en gemaakt door Theo Vos
(1887 – 1948). Vos maakte veel bouwbeeldhouwwerk, gevelbeelden en -reliëfs, voor Gerrit Jan Rutgers, Willem Kromhout en andere architecten. Een voorbeeld daarvan is de serie van tien gevelbeelden, ‘wereldburgers’, en andere gevelelementen die hij in 1929 maakte voor de uitbreiding van het American Hotel.

Faunen waren in de jaren twintig van de vorige eeuw een zeer geliefd onderwerp in de kunst-, toneel- en de opkomende filmwereld. De faun is een mythologisch wezen. Het was een god uit de Romeinse sagenleer. Later werd de faun vaak als bosgod voorgesteld. Een faun heeft (vaak, maar niet altijd) het onderlichaam van een bok, met gespleten hoeven, en het bovenlichaam van een mens. Hij heeft hoorns op zijn hoofd en wordt vaak afgebeeld met een panfluit. In de middeleeuwen werd de faun gezien als een duivel, de bokkenpoten waren het herkenningsteken ervan.

Faunen moeten niet worden verward met een sater (satyr) of een centaur. Een faun is vriendelijker, behulpzamer, menselijker; een sater is dierlijker en wellustiger. Een centaur heeft het onderlichaam van een paard. Bovendien heeft een centaur vier paardenbenen en met de menselijke armen dus zes ledematen.