Gevelsteen EEN SAK SESTHALVE
Brouwersgracht 97, Amsterdam
Het pand Brouwersgracht 97 werd rond 1715 gebouwd in opdracht van twee rijke kleermakers. Het pand is tijdens de restauratie van Stadsherstel voorzien van een steen (formaat: 50x 50cm) afkomstig uit de achtergevel van Reestraat 19 met een dichtgebonden zak met geld. Toen Stadsherstel dit pand kocht, stond het op instorten. In 1972 is het rijtje Brouwersgracht 95- 97- 99- 101/ Prinsengracht 1 gerestaureerd.
De gevelsteen vóór restauratie.
Onder de afbeelding staat de tekst: VRIENDEN SIET /EEN SAK SESTHALVE / GEEF IK NIET. Er boven staat de datum: DEN 18 SEPT 1772. Een sesthalf of schelling, was een zilveren munt ter waarde van vijf en een halve stuiver. De naam sesthalf betekent letterlijk zes ten halve; de zesde stuiver telde immers maar voor de helft mee. Het was in de 18e eeuw niet ongebruikelijk dat een grote som geld met zakken vol sesthalven werd betaald.
Wat het verhaal is achter de zak met geld en de stellige verklaring op deze gevelsteen, is helaas niet bekend. Zelfs in een huisonderzoek van Hans Brandenburg van Reestraat 19, is geen enkele verwijzing naar deze steen te vinden.
Restaurator Wil Abels begint bij elke restauratie van een gevelsteen met een kleurenonderzoek, waarna de steen wordt gerestaureerd en opnieuw gepolychromeerd. Bij deze gevelsteen waren er geen verfresten meer te zien. Dat komt wel vaker voor geeft hij aan, want veel stenen werden een tijd geleden allemaal geloogd (ontdaan van alle verfresten). Aan de rand en in het middenkader is de Bentheimer kleur gebruikt. De zak met munten is in een jute kleur geverfd.
Naast de gevelsteen is een kleine afbeelding van een gereedschap. Het gereedschap is om zware stenen op te tillen en klemt zichzelf vast bij het ophijsen. Deze ‘hijstang’ wordt bij meer gevelstenen geplaatst die van oorsprong niet in de gevel zaten. Het idee kwam van Wim Timp, ooit werkzaam bij Bureau Monumenten& Archeologie.
___________________________
Tekst: Stadsherstel



