Gevelstenen DE STEEMAN, DE LANDMAN en DE SEEMAN

Bloemgracht 87, 89 en 91, Amsterdam

Op de pittoreske Bloemgracht zijn drie naast elkaar gelegen panden met identieke trapgevels te vinden; op no. 87, 89 en 91. De gevels van deze drie huizen uitzonderlijk goed bewaard gebleven. De architectuur met banden en blokken van natuursteen is kenmerkend voor het tweede kwart van de 17e eeuw. In de panden zitten de gevelstenen: DE STEEMAN, DE LANDMAN en DE SEEMAN. Dit zijn ook de eigenlijke huisnamen. De panden worden ook wel ‘De Drie Hendricken’ genoemd, omdat ze sinds 1927 en 1929 eigendom van de vereniging Hendrick de Keyser zijn. Door sommigen worden ze ook ‘de parels van de Jordaan’ genoemd.

Men zou kunnen denken dat de gevelstenen verwijzen naar het beroep van de oorspronkelijke bewoners, maar dat is niet juist. De stenen verwijzen naar drie manieren van leven en werken in de Nederlandse samenleving van de Gouden Eeuw: de stedeling als koopman en burger, de boer die het land bewerkte en het voedsel produceerde, en de zeeman die zorgde voor handel en macht op zee.

In een artikel in het Maandblad Amstelodamum (95ste jg. pag. 3-15) legt C. Peeters, bewoner van een van deze panden, een verband tussen de voorgestelde figuren en een tekst in een dichtbundel van de Enkhuizer dichter Cornelis Pietersz. Biens, waarvan in 1642 een tweede druk verscheen.

De auteur besluit zijn uitvoerige artikel met de opmerking: “Hoe dan ook, de gevelstenen laten de voorbijgangers het respectabele van drie manieren van leven en werken, van drie onderscheiden milieus, beseffen. Zij zijn wel de gangbare manier van adresaanduiding die gevelstenen en uithangborden nu eenmaal waren, maar zeggen niets directs over het beroep van de eerste bewoners. Daarentegen behoren zij tot het genre gevelstenen dat een algemenere wijsheid of moraal verkondigt, iets zinnebeeldigs, spreekwoordelijks, bijbels of legendarisch, en de beschouwer iets ter aansporing of overweging meegeeft. De moderne toerist kan er ook nog zijn voordeel mee doen, tot lering en vermaak.”

Gevelsteen DE STEEMAN, Bloemgracht 87.

Gevelsteen DE LANDMAN, Bloemgracht 89.

Gevelsteen DE SEEMAN, Bloemgracht 91.

De gevelsteen DE STEEMAN (stedeling of stadbewoner) toont een staande man, gekleed in buis, kniebroek en lange mantel; hij draagt schoenen met gespen en een hoge hoed met brede rand. Mode van rond 1650. Op de gevelsteen DE LANDMAN (boer of plattelandsbewoner) ziet men een staande man met een spade in zijn linkerhand en een stok met een mandje over zijn rechterschouder. Op de meest rechtse steen van de drie, gevelsteen DE SEEMAN (zeeman) is een man met een mand in zijn handenafgebeeld. Op de voorgrond ligt een anker en op de achtergrond rechts vaart een schip op zee. Het formaat van alledrie de stenen is 60x 38cm.

Het is merkwaardig dat de gevelstenenspecialist Alings het drietal in 1949 omschrijft als “een zaaier, een boer met een spade en een wandelaar in 17de-eeuwse dracht”. Een jaartal noemt hij niet. Pas in de Historische Gids van d’Ailly/ Wijnman uit 1974 komen we de namen Steeman, Landman en Seeman tegen. In oudere drukken van deze gids, 1929 en 1949, worden de panden slechts omschreven als “drie merkwaardige huisjes”.

Bij een recente restauratie door Wil Abels zijn op de onderranden de namen aangebracht. De oorspronkelijke onderschriften waren door beschadiging niet meer leesbaar, alleen bij DE SEEMAN was nog iets van de tekst overgebleven. Voor het kiezen van de kleuren voor de kleding, is de restaurateur te rade gegaan bij schilderijen van Pieter de Hoogh, Van Ostade en Jan Steen. Nu kunnen we weer de knopen aan het buis van de Steeman tellen en ook het ankertje van de Seeman is duidelijk te onderscheiden.

De jaartalstenen geven aan dat de panden in 1642 werden gebouwd, maar in feite zijn deze het resultaat van een verregaande restauratie/ reconstructie die tussen 1943- 1947 onder leiding van architect Jan de Meijer werd uitgevoerd.

___________________________

Tekst: Onno Boers en Pancras van der Vlist