Gevelsteen DAT VOET IS COET

Bloedstraat 16, Amsterdam

In 1704 koopt Jacob Martens, vleeshouwer van beroep, een huis en erf in de Bloedstraat waar, volgens de omschrijving in de koop/ verkoopakte ‘het Vergulde Barneijsser’ uithangt of eerder uitgehangen had. Dit uithangteken, een bar- ijzer is een speciaal hoefijzer, zal een verwijzing zijn naar het beroep smid van een van de vorige eigenaren. In 1724 laat Jacob Martens het pand vernieuwen, getuige de gekroonde os en het jaartal 1724 in het fronton van de halsgevel.

Het fronton van Bloedstraat 16 met de gekroonde os.
© Gevelstenen.net

In 1751 verkopen de erven van Jacob Martens het ‘huis en erf in de Bloedstraat, het 7de huis vanaf de Nieuwmarkt, waar ‘de Gekroonde Os in de gevel staat’ met het jaartal 1724’.

De duidelijk zichtbare gevelsteen (formaat: 65x 180cm) boven de pui, met het staande schaap dat een liggend lammetje zoogt, en de tekst DAT VOET IS COET (DAT VOEDT IS GOED, ofwel: ‘Je bijt niet in de hand die je voedt’) wordt merkwaardigerwijze niet genoemd, ook niet in de latere koop/ verkoopakten. Opvallend aan de steen is het opgaande en krullende bladmotief, uniek voor een Amsterdamse gevelsteen.

Wat wel blijkt uit de diverse overdrachtsakten dat er, tot in de 19de eeuw slagers en/ of vleeshouwers in het pand werkten en woonden. In de Personele Quotisatie van 1742 wordt bijvoorbeeld bovengenoemde Jacob Martens, beroep vleeshouwer genoemd. Hij had 3 dienstbodes, 1 koets, 1 buitenplaats, 1 paard en een inkomen van fl. 1200.-.-. In een overdrachtsakte van 1806 wordt nadrukkelijk vermeld dat in het huis in de Bloedstraat een vleeshouwerswinkel gevestigd is.

___________________________

Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg