Gevelsteen DE MONNIK
Bloedstraat 11 (zijgevel Gordijnensteeg), Amsterdam
Deze moderne gevelsteen 'De Monnik', toont een monnik, mogelijk een minderbroeder, gekleed in een habijt met een kap over zijn hoofd. Het habijt wordt bijeengehouden door een touw (cordelier). De steen bevindt zich in de Bloedstraat, op de hoek met de Gordijnensteeg, in het historische Wallengebied. Dit gebiedje tussen de Bloedstraat, Gordijnensteeg en de Monnikenstraat, heeft een rijke historie aan vroege klooster- en stadsgeschiedenis. Op deze plek stond vroeger het 'minderbroederklooster' dat in 1463/64 gesticht werd.
'Minderbroeders', ook wel 'Grauwbroeders' genoemd vanwege hun oorspronkelijk asgrauwe of grijze habeiten, waren volgelingen van de middeleeuwse heilige Franciscus van Assisi (1182- 1226). Ze noemden zichzelf minderbroeders omdat ze zichzelf- heel bescheiden- minder achtten dan anderen. Vanaf de 13e eeuw verspreidden ze zich over heel Europa en overal waar ze kwamen leefden ze van giften van de bevolking: als bedelorde streefden de minderbroeders armoede en nederigheid na. Ze vestigden zich bij voorkeur in steden, waar ze vanuit hun kloosters een bijdrage leverden aan de zielzorg door te preken in de volkstaal. Door te leven in kuisheid, nederigheid en armoede wilden de minderbroeders anderen tot voorbeeld dienen. Zij zorgden daarnaast ook voor zieke mensen, heropvoeding van losbandige vrouwen en criminele mannen.
Het Minderbroederklooster naar de situatie in 1544. Ets uit: Isaak Le Long, Historische beschryvinge van de Reformatie der stadt Amsterdam, bij Johannes van Septeren, 1729. © Stadsarchief Amsterdam
Na de Alteratie verwoestten de protestanten het Katholieke klooster volledig. Dat was gedeeltelijk uit wraak. De Franciscaanse Minderbroeders stonden bekend als felle jagers op zogenaamde ketters. Het kloosterterrein met kerk werd door het stadsbestuur opnieuw ingericht, waarbij om te beginnen enkele straten werden aangelegd. Ten zuiden van de kerk kwam de (Grauw) Monnikenstraat, een in eerste instantie smalle straat, waarschijnlijk even breed als de kruisgang die hier had gelegen. In januari 1588 besloot de vroedschap om de kerk maar af te breken zodat de straat kon worden verbreed en de te creëren erven verkocht. Vermoedelijk was het kerkhof toen al bebouwd. Als tweede straat werd de Bloedstraat aangelegd, ten zuiden van het hoofdgebouw. De straten werden in de eerste helft van de 17e eeuw deftige woonstraten. Na de achttiende eeuw nam de bevolkingsdichtheid toe en raakte de buurt in het slop. Dit verval duurde tot de Tweede Wereldoorlog. In de jaren 1960 werd voor de buurt het eerste bestemmingsplan van de stad Amsterdam opgesteld. Aan het einde van de 20e eeuw werden de meeste panden in dit blok afgebroken en is het jarenlang een braakliggend terreintje gebleven.
De steen hoort bij het gelijknamige stadsvernieuwings- en woonblokproject De Monnik, dat in 2007 de Amsterdamse Nieuwbouwprijs won. De Monnik bestaat uit negen afzonderlijke panden, die gelegen zijn tussen de Bloedstraat en de Monnikenstraat. In het project bevinden zich 32 appartementen, variërend in grootte van 42 tot 80m2. Volgens de ontwerpers van het architectenbureau Geusebroek Stefanova is het gebouw een eigentijdse interpretatie van de oude stad. De opdrachtgever en uitvoerder Hillen & Roosen van het nieuwbouwproject De Monnik, heeft de steen, waarvan de maker onbekend is, aan de bewoners cadeau gegeven.
___________________________
Samenstelling tekst: Pancras van der Vlist



