Gevelsteen met een vos
Prinsengracht 300, Amsterdam
De Prinsengracht maakt deel uit van de Amsterdamse grachtengordel uit de 17e eeuw en is de vierde van de vier hoofdgrachten behorende tot deze gordel. De Prinsengracht is vernoemd naar de Prins van Oranje. Op initiatief van burgemeester Frans Hendricksz Oetgens werd in 1612 met de aanleg begonnen van de gracht. De gracht is ontworpen door de stadstimmerman Hendrik Jacobsz Staets en stadslandmeter Lucas Jansz Sinck. Het deel tussen de Leidsegracht en de Amstel behoort tot de uitleg van 1658.
De vos met vogel in de bek in de deurkalf met rococo- kuif.
Onder de hijsbalk zit een gevelsteen met een zittende vos. De gevelsteen (formaat: 50x 40cm) heeft een ‘poortachtige’ omlijsting. Aan de zijkanten zijn eenvoudige S-vormige krullen.
In de 17e eeuw werd een eerder pand op deze locatie gebouwd voor Dirck Hendricks Hoochvelt (1587-na 1645). Hij was bontweker, ook wel peltier of grauwwercker genoemd, die het pelswerk bereidde en bewerkte. Het is een oud beroep waaraan al in de vroege 15e eeuw strenge eisen werden gesteld binnen het bontwerkersgilde. Voor het bont werden vooral de zachte vachtjes van enckhorentjes (eekhoorns) gebruikt. De buikvacht van de eekhoorn is altijd wit, maar de flank en rug variëren van rood en zwart tot grijs/ grauw. Het woord ‘bont’ stamt af van dit diverse kleurenpalet. Naast eekhoorntjes werden ook andere pelsdieren gebruikt, zoals mollen en dus ook de vos.
Zijn visitekaartje was DE WITTE VOS. Mogelijk is de gevelsteen van de vos die in het schild van de huidige klokgevel staat, nog de oorspronkelijke gevelsteen die roodgeverfd is. In 1767 is een nieuw en ruimer pand gebouwd, in de kuif van de deur van dit pand staat een rode vos met een buit in de bek afgebeeld, we noemen het pand nu DE RODE VOS.
Bij de restauratie in 1959 kwam het volgende opschrift tevoorschijn: ‘Henderik van Liwaarde D.V.D. Kroon elias Straatman hebbe dit huys gemaakt in het Jaar 1767’. Het is gebouwd als boven- en benedenhuis met een fraaie topgevel in rococostijl. Het waren timmerlieden geweest die hun namen op de balken hadden achtergelaten. Zij hadden het huis gebouwd voor Trijntje van Willigen (1708- 1783), weduwe van Hendrik Hulst (1712- 1753) gebouwd.
Zij zal hier als kleuter zijn komen wonen, want haar vader, de trekwerker (een wever die patronen in stoffen maakte door het opwaarts trekken van kettingdraden in het weefsel) Jan van Willigen (1669- voor 1732) was in 1711 eigenaar van het huis met ‘de Witte Vos’ in de gevel geworden. Ten tijde van het overlijden van haar man bewoonde zij een kamer in het huis. Vermoedelijk had zij met haar man een groentewinkel, gezien de volgende post op hun inboedelinventaris, waar sprake is van ‘eenige smousen en anderen wegens geleverde kool etc. enige penningen: edoch daarvan in wijnigh of niets te hoopen’.
In het barok versierde deurkalf – de houten balk boven deur – is een rode vos met een vogel in zijn bek afgebeeld. De bij de verbouwing in 1767 vernieuwde gevel is, overeenkomstig de mode van die tijd, opgetrokken in Lodewijk XV- stijl. Dit is rococo, dat gekenmerkt wordt door de weelderige vormen en bijvoorbeeld ook de kuif in de top. In het interieur schijnen de in Lodewijk XV- stijl aangebrachte stucwerkplafonds indrukwekkend te zijn.
___________________________
Tekst: Onno Boers
Huisonderzoek: Hans Brandenburg
Met dank aan Stella van Heezik (Stadsherstel)



